1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Milieu
  4. Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

Milieueffectrapportage (m.e.r.) levert de informatie die nodig is om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij besluiten over plannen en projecten met aanzienlijke milieugevolgen. De rapportage vermeldt de milieugevolgen van een plan of project en de mogelijke (milieuvriendelijkere) alternatieven.

Een m.e.r. is verplicht bij de bouw van onder andere olieraffinaderijen, kerncentrales, chemische installaties en de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen, maar ook voor plannen zoals een structuurvisie, bestemmingsplan of waterhuishoudingsplan.

Naast de m.e.r. bestaat ook het MER. Het verschil is:

  • m.e.r. is de milieueffectrapportage;
  • MER is het milieueffectrapport.
    Het MER is onderdeel van de m.e.r.-procedure, de procedure om te komen tot een besluit over een activiteit of plan.

Wettelijke regeling

De m.e.r. is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven.

De details worden geregeld in algemene maatregelen van bestuur (AMvB's). Het Besluit m.e.r.  is zo'n AMvB. Belangrijke wetteksten in de Wet milieubeheer over de m.e.r. zijn:

In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. moet worden toegepast. Het besluit bevat bijlagen waaronder de C- en D-lijst.
Het Besluit milieueffectrapportage vloeit voort uit de Europese richtlijn voor m.e.r. (officieel de Richtlijn 85/337/EEG (pdf)) zoals nadien gewijzigd door
Richtlijn 97/11/EG, Richtlijn 2003/35/EG en richtlijn 2009/31/EG).

Ook is het verdrag van de Europese economische commissie van de Verenigde Naties (Unece) over de m.e.r. bij grensoverschrijdende milieugevolgen (Espoo-verdrag) erin verwerkt.

M.e.r.-procedure

Een toelichting op de verschillende m.e.r.-procedures en -beoordeling staan in de digitale handleiding op Infomil.nl.

Grensoverschrijdende milieueffecten

Sinds 1988 zijn alle landen van de Europese Unie verplicht een regeling op te stellen voor de uitvoering van de milieueffectrapportage. Kan een project of plannen en programma’s aanzienlijke milieugevolgen hebben die de landgrenzen overschrijden dan gelden bijzondere verplichtingen. De overheden van de betrokken landen moeten elkaar dan tijdig informeren en betrekken bij de procedure. Ook moeten burgers en belangenorganisaties in dezelfde gelegenheid worden gesteld om in te spreken op een project, plan of programma.

Kern is dat je handelt alsof er geen grens bestaat. Ook dient het milieueffectrapport speciale aandacht te besteden aan die grensoverschrijdende gevolgen. Het voorgaande vloeit voort uit de afspraken die hierover zijn gemaakt in het Espoo Verdrag van de Unece. De verplichtingen uit dit verdrag zijn geïmplementeerd in artikel 7 van de EU-richtlijn 97/11. Dat artikel is in de Wet milieubeheer verwerkt.

Praktische vragen over de m.e.r.?

  • Overheden kunnen bij InfoMil terecht.
    InfoMil is opgericht door VROM, provincies, gemeenten en waterschappen om overheden te informeren over het milieubeleid. Het  heeft een helpdesk en een online handleiding en handreiking over de m.e.r.. De handleiding gaat in op de systematiek, producten en procedures van de milieueffectrapportage. De handreiking geeft tips en voorbeelden voor de m.e.r. in de praktijk.
  • Burgers kunnen terecht bij hun gemeente of provincie
    Die zijn verantwoordelijk voor het nemen van een besluit voor een betreffend project of plan.

Commissie voor de milieueffectrapportage

De Commissie voor de m.e.r. is onafhankelijk. Voor advies stelt de commissie uit haar leden een werkgroep samen van 2 tot 6 deskundigen. Die adviseert het bevoegd gezag. In de beperkte procedure adviseert de Commissie alleen op verzoek van het bevoegd gezag.

Het bevoegd gezag kan vrijwillige adviezen vragen over de reikwijdte en detailniveau voor de inhoud van het MER en ook over de volledigheid, juistheid en kwaliteit ervan. Ook in de uitgebreide procedure is een advies over reikwijdte en detailniveau vrijwillig. Het bevoegd gezag is echter verplicht om de Commissie om een toetsadvies over de inhoud van het MER te vragen. Vanaf 1 juli 2010 brengt VROM een bedrag van 5000 euro als bijdrage in de gemaakte kosten in rekening bij de aanvrager van het vrijwillige advies. 
Zie de
website van de commissie.

Op de website van de Commissie voor de me.r. is een groot deel van de milieuefectrapporten digitaal beschikbaar. Daarnaast is er de mogelijkheid voor raadpleging bij het bevoegd gezag en, op afspraak, in de bibliotheek van de Commissie.

Foto