1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Milieu
  4. Straling

Straling

Vraag en antwoord

  1. Wat is radioactiviteit?
  2. Wat is ioniserende straling?
  3. Wat is achtergrondstraling?
  4. Welke kunstmatige toepassingen van straling zijn er?
  5. Wat is de jaarlijkse stralingsdosis van de 'gemiddelde' Nederlander?
  6. Wat is een sievert?
  7. Wat is een becquerel?
  8. Hoe gevaarlijk is radioactiviteit?
  9. Wat zijn de effecten van straling op het menselijk lichaam?
  10. Kan straling tot abortus leiden?
  11. Hoe wordt straling gemeten?
  12. Welke uitgangspunten hanteert de overheid voor straling?
  13. Hoeveel straling is wettelijk toegestaan?
  14. Welke ministeries houden zich met straling en stralingsbescherming bezig?
  15. Welke instanties houden toezicht op de naleving van de Kernenergiewet?
  16. Welke regels gelden voor bedrijven die werken met stralingsbronnen?
  17. Wie voert radioactief afval af?
  18. Hoe werkt een kerncentrale?
  19. Hoeveel straling komt er vrij in een kerncentrale?
  20. Welke nucleaire installaties zijn er in Nederland?
  21. Tot wanneer blijft de kerncentrale Borssele open?
  22. Krijgt Nederland een tweede kerncentrale?

Bescherming bij kernongeval

  1. Hoe beschermt u zich bij een nucleair ongeval?
  2. Hoeveel straling loop ik op door een kernongeval?
  3. Wat moet ik doen bij een nucleair ongeval?
  4. Welke maatregelen worden genomen bij een kernongeval?
  5. Waarom moet ik schuilen?
  6. Moet iedereen schuilen?
  7. Hoe lang moet ik schuilen?
  8. Wanneer moet ik jodiumtabletten innemen?
  9. Waarom moet ik jodiumtabletten slikken?
  10. Hoe kan ik besmet raken door radioactief jodium?
  11. Hoe kom ik aan jodiumtabletten?
  12. Hoeveel tabletten moet ik innemen?
  13. Moet iedereen een of een halve tablet innemen?
  14. Kan ik ook jodium innemen dat bestemd is voor het ontsmetten van wonden?
  15. Wanneer moet ik evacueren?
  16. Welke voedseladviezen geeft de overheid?
  17. Wat doet de overheid als het drinkwater besmet is?
  18. Hoe weet ik dat kraanwater besmet is?

Euratom richtlijn 2006/117

1. Wat is radioactiviteit?
Radioactiviteit is een natuurverschijnsel. Het werd in 1898 bij toeval ontdekt door de Franse natuurkundige Henri Becquerel (1852-1908) die een mineraal met uranium onderzocht. We spreken over radioactiviteit of een radioactieve stof als die stof met niet-stabiele atoomkernen heeft. De meeste atomen zijn stabiel. Dat betekent dat hun kern niet veranderd. Sommige atomen hebben echter een onstabiele kern. Zo'n kern heeft teveel protonen (positief geladen deeltjes) en/of neutronen (neutrale deeltjes). Een onstabiele atoomkern 'wil' stabiel worden en dat kan door één of meerdere deeltjes uit te zenden van bijvoorbeeld één of meer protonen en neutronen. Hierbij komt straling uit de kern vrij. Onstabiele atomen noemen we radioactief. 'Radio' betekent straling. Radioactief is dus letterlijk 'stralingsactief'.

2. Wat is ioniserende straling?
Ioniserende straling is een verzamelnaam voor energierijke straling die kan worden opgewekt in apparatuur (zoals bijvoorbeeld röntgentoestellen) en die door radioactieve stoffen wordt uitgezonden. Ioniserende straling wordt ook wel radioactieve straling genoemd. Eigenlijk ten onrechte, want de straling zelf is niet radioactief. De straling is het gevolg van radioactief verval van stoffen. Ioniseren is een natuurkundig begrip dat wegslaan van elektronen betekent. Als in levend weefsel elektronen worden weggeslagen uit de moleculen waaruit het is opgebouwd, wordt dat weefsel beschadigd. Het herstelt zich wel weer, maar het herstellend vermogen van levende cellen is beperkt. Teveel ioniserende straling is dus gevaarlijk. Aangezien röntgenstraling ook ionisaties veroorzaakt, hoort deze stralingssoort eveneens bij de groep van ioniserende straling. Er bestaat ook niet-ioniserende straling zoals laser, infrarood, radar en microgolven.

3. Wat is achtergrondstraling?
Hoewel we het ons niet altijd realiseren, is overal op aarde straling aanwezig. Vanuit de ruimte worden we voortdurend 'gebombardeerd' door kosmische deeltjes. Ook de aardkorst bevat van nature radioactieve stoffen en zendt voortdurend straling uit. Verder krijgen we via ons voedsel stoffen binnen die straling uitzenden (voornamelijk kalium-40). En ook komt er straling vrij uit onze huizen als gevolg van radioactieve stoffen in bouwmaterialen. Zo kan in goed geïsoleerde huizen de concentratie radioactief radongas binnenshuis flink toenemen (zie dossier Radon). Deze straling die altijd aanwezig is, noemen we achtergrondstraling. De natuurlijke achtergrondstraling verschilt van plaats tot plaats. In sommige landen zorgen meer radioactieve stoffen in de aardkorst ervoor dat de jaarlijkse stralingsdosis hoger is dan in Nederland. Op grotere hoogte is de dosis eveneens hoger. Daarom leveren vliegen en wintersport een kleine extra stralingsbelasting op.

4. Welke kunstmatige toepassingen van straling zijn er?
Door de technologische ontwikkelingen van de laatste honderd jaar kennen we ook straling van niet-natuurlijke oorsprong. Kunstmatig opgewekte röntgenstraling en stralingsbronnen worden voor medische doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld bij de bestraling van kankergezwellen. In kerncentrales worden atoomkernen gespleten, waarbij straling en grote hoeveelheden energie vrijkomen. In de industrie wordt ioniserende straling vooral gebruikt in allerlei meet- en regelapparatuur. Ook in sommige consumentenartikelen worden kunstmatige stralingsbronnen toegepast, bijvoorbeeld in de noodverlichting in vliegtuigen. In de elektronische industrie wordt eveneens gebruik gemaakt van radioactieve bronnen. Deze worden bijvoorbeeld toegepast in lampen om een bepaalde lichtkleur te krijgen.

5. Wat is de jaarlijkse stralingsdosis van de 'gemiddelde' Nederlander?
Natuurlijke stralingsbronnen veroorzaken in Nederland gemiddeld ongeveer 2 millisievert per jaar (een sievert is een maat voor de hoeveelheid ioniserende straling). Deze stralingsbelasting is een van de laagste ter wereld. In de ons omringende landen is de natuurlijke stralingsbelasting over het algemeen hoger. In bepaalde gebieden in Brazilië en India ligt de dosis zelfs een stuk hoger: tot wel 20 of zelfs 100 millisievert per jaar.
De blootstelling aan kunstmatige stralingsbronnen komt bijna geheel voor rekening van medische toepassingen. Gemiddeld gaat het daarbij om 0,7 millisievert per jaar, voornamelijk als gevolg van de röntgenonderzoek. De jaardosis als gevolg van straling die veroorzaakt wordt door gebruiksartikelen, is voor de gemiddelde Nederlander verwaarloosbaar klein. De totale gemiddelde stralingsdosis (natuurlijk en kunstmatig) komt daarmee op ongeveer 2 tot 2,7 millisievert per jaar.

6. Wat is een sievert?
Sievert (Sv) is de eenheid van straling. Ze geeft de dosis ioniserende straling aan die organen absorberen. Deze stralingsdosis is dus een maat voor de kans op gezondheidsschade. Omdat de stralingsdoses meestal klein zijn, wordt vaak de millisievert (een duizendste sievert) of de microsievert (een miljoenste sievert) gebruikt.
Gemiddeld ontvangt een Nederlander ongeveer 2 tot 2,7 millisievert straling per jaar: ongeveer 2 millisievert aan natuurlijke straling en 0,7 millisievert aan kunstmatige straling.

7. Wat is een becquerel?
Becquerel (Bq) is de eenheid van radioactiviteit. Eén Bq komt overeen met één vervallende atoomkern per seconde. Een becquerel is een zeer kleine eenheid, zo bevat het menselijk lichaam 120 Bq natuurlijke radioactieve stoffen per kilo.
De becquerel wordt gebruik om ondermeer de besmetting van bodem (Bq/m2) en voedsel (Bq/gram) uit te drukken. Becquerels kunnen worden omgerekend naar millisievert. Zo wordt bijvoorbeeld de dosis ten gevolge van het eten van besmet voedsel niet gegeven in becquerel, maar in milliesievert.

8. Hoe gevaarlijk is straling?
Ons lichaam wordt dagelijks getroffen door onzichtbare radioactieve straling uit de aarde en het heelal. Deze achtergrondstraling kan meestal geen kwaad, omdat de dosis beperkt is. Bij bepaalde medische onderzoeken wordt het lichaam kort aan straling blootgesteld, zo kan bijvoorbeeld de tandarts röntgenfoto's maken van de tanden. Niet alle medische onderzoeken en behandelingen geven echter lage doses. Zo geven bijvoorbeeld periodieke CT-scans hoge doses. Het kan dan goed zijn om samen met de betreffende arts bij te houden hoeveel en hoe vaak CT-scans en röntgenfoto's worden genomen. Bij een zwaar ongeluk in een kerncentrale kan een radioactieve wolk ontsnappen die een groot gebied zou kunnen besmetten.

9. Wat zijn de effecten van straling op het menselijk lichaam?
Straling heeft directe en late effecten op ons lichaam. Directe effecten treden op kort na blootstelling aan een bepaalde minimale hoeveelheid straling (de zogeheten drempeldosis). Als het hele lichaam in een korte tijd (binnen enkele uren) aan een zeer hoge stralingsdosis van meer dan 1000 millisievert wordt blootgesteld, kan de getroffene ziek worden. Een eenmalige dosis van 5.000 millisievert of meer kan binnen enkele dagen de dood tot gevolg hebben. Deze zogenoemde stralingsziekte gaat vaak gepaard met misselijkheid, diarree, een toenemend tekort aan bloedlichaampjes met als gevolg bloedingen en een verhoogde kans op infectieziekten. Een van de meest besproken late effecten is de verhoogde kans op kanker. Bij hoge stralingsdoses is een duidelijk verband geconstateerd tussen de hoogte van de dosis en de toename van het aantal kankergevallen. Veiligheidshalve wordt aangenomen dat het risico evenredig afneemt met de afname van de dosis. Dit betekent dat alle stralingsdoses een - weliswaar zeer geringe - invloed kunnen hebben op het krijgen van kanker.

10. Kan straling tot abortus leiden?
Ja, maar alleen bij zeer hoge stralingsdoses (1000 mSv of meer). Door celbeschadiging en cel-dood kan de vrucht tot een of twee weken na de bevruchting sterven. In latere periodes heeft het kind geen groter sterftekans dan reeds geboren kinderen. Bij doses van circa 500 mSv is er geen risico op spontane abortus. Zoals bij elk groot ongeluk kunnen paniek en stress wel een abortus veroorzaken.

11. Hoe wordt straling gemeten?
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft door heel Nederland meetpalen staan. Deze palen meten continue de lucht. Bij verhoogde radioactieve straling slaan ze alarm. Vervolgens zet het RIVM meetwagens in om de exacte straling vast te stellen.

12. Hoeveel straling is wettelijk toegestaan?
Burgers mogen bij normale stralingstoepassingen niet meer dan 1 mSv straling per jaar oplopen van kunstmatige bronnen. Dit geldt ook voor kinderen en zwangere vrouwen. Kinderen zijn gevoeliger voor straling, maar daarmee is in deze limiet rekening gehouden. De dosis door medisch onderzoek en therapie zijn hierin niet meegeteld. Hiervoor gelden alleen aanbevelingen om de doses te beperken.
De wettelijke limiet voor werknemers die beroepsmatig met ioniserende straling te maken hebben (bijvoorbeeld werknemers van kerncentrales of ziekenhuizen) bedraagt 20 mSv per jaar. Alleen zwangere werknemers mogen maximaal 1 mSv oplopen.
Deze doses zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP): http://www.icrp.org.
De wettelijke limiet is geen grens tussen 'gevaarlijk' en 'ongevaarlijk'. De natuurlijke straling is op veel plekken in de wereld hoger dan de limiet. In de Europese landen kunnen we echter - afgezien van ongevallen - makkelijk onder de limiet blijven. Dat wordt dan ook geëist, ook al is beperkte overschrijding niet echt gevaarlijk.

13. Welke uitgangspunten hanteert de overheid voor straling?
De overheid stelt onder normale omstandigheden altijd drie belangrijke vragen om de toepassing van straling te beoordelen.

  • Gaat het om een gerechtvaardigde toepassing?
    Het voordeel van de stralingstoepassing voor personen of voor de samenleving moet duidelijk zijn en opwegen tegen de nadelen.
  • Kan de hoeveelheid straling niet minder?
    Elke blootstelling aan straling moet zo klein als redelijkerwijs mogelijk blijven.
  • Is de limiet veilig en wordt die niet overschreden?
    De risico's voor de bevolking en voor de mensen die met radioactieve stoffen werken moeten aanvaardbaar zijn.

De overheid legt de maximaal toelaatbare stralingsbelasting voor een individu ten gevolge van alle door menselijk handelen veroorzaakte straling bij 1 millisievert per jaar. Per afzonderlijke bron van straling moet die belasting nog minstens tien keer zo laag zijn, dus maximaal 0,1 millisievert per jaar.
Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in de Kernenergiewet en de daarbij behorende besluiten. Deze wet is een zogeheten kaderwet; de uitwerking ervan is geregeld in allerlei besluiten en beschikkingen, die regelmatig worden aangepast.

14. Welke ministeries houden zich met straling en stralingsbescherming bezig?
De bescherming tegen straling heeft een milieukant, maar kent ook aspecten van volksgezondheid, arbeidshygiëne en economie. Daarom bestaat er op dit gebied een nauwe samenwerking tussen de volgende ministeries:

  • VROM
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • Economische Zaken
  • Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  • Verkeer en Waterstaat.

15. Welke instanties houden toezicht op de naleving van de Kernenergiewet?
Diverse instanties houden toezicht op de naleving van de Kernenergiewet en de daaruit voortvloeiende besluiten:

  • VROM-Inspectie, http://www.vrominspectie.nl
    De Kernfysische Dienst van de VI houdt toezichtop de toepassingen van straling om te voorkomen dat deze onnodig vrijkomt.
  • Arbeidsinspectie, http://www.arbeidsinspectie.nl
    De AI bevordert de arbeidsomstandigheden door toezicht te houden op het gebruik van ioniserende straling in werksituaties.
  • Inspectie voor de Gezondheidszorg, http://www.igz.nl
    Bevordert de volksgezondheid door handhaving van de kwaliteit van zorg, preventie en medische producten.

16. Welke regels gelden voor bedrijven die werken met stralingsbronnen?
Bedrijven waar werknemers handelingen of werkzaamheden verrichten waarbij ioniserende straling vrijkomt, hebben een vergunning nodig. Namens de betrokken ministers worden die vergunningen sinds 2006 door het Team Stralingsbescherming van  Agentschap NL Den Haag verleend http://www.agentschapnl.nl/stralingsbescherming/. De Arbeidsinspectie en de VROM-Inspectie houden daarnaast ook toezicht op de veiligheid en stralingsrisico's in bedrijven. De Kernenergiewet stelt voorwaarden aan het werken met radioactieve stoffen. De invoer, het transport, het gebruik en het zich ontdoen van radioactieve stoffen zijn onderworpen aan een melding- en vergunningenstelsel. Dat geldt ook voor het gebruik van toestellen die ioniserende straling uitzenden. Voor sommige toestellen bestaat er slechts een meldingsplicht, bijvoorbeeld voor het gebruik van röntgenapparaten door tandartsen. Elk jaar worden ongeveer 300 aanvragen ingediend voor nieuwe vergunningen of voor wijzigingen van bestaande. In de vergunningen staat onder meer hoeveel radioactiviteit er maximaal in lucht en water geloosd mag worden en hoe, hoe vaak en door wie de naleving van die normen wordt gecontroleerd.

17. Wie voert radioactief afval af?
Dat doet de Centrale organisatie voor radioactief afval (Covra). Dit is de enige instelling in Nederland die radioactief afval inzamelt, verwerkt en opslaat. Per jaar wordt ongeveer 800 kubieke meter verpakt laag- en middel-actief afval geproduceerd. Het gaat dan voornamelijk om bedrijfsafval (zoals onder andere handschoenen, kleding en injectienaalden), afkomstig van kerncentrales, ziekenhuizen, onderzoekinstellingen en industrie. Covra is gevestigd in de gemeente Borsele te Zeeland. Op deze locatie wordt ook het hoog-radioactieve afval opgeslagen. Dit afval bestaat voornamelijk uit verglaasd materiaal, dat overblijft na opwerking van splijtstofstaven. De opslag bij Covra is slechts een tijdelijke. 'Tijdelijk' betekent in dit verband toch nog 100 tot 150 jaar. Al geruime tijd wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om al het radioactieve afval definitief op te bergen in zout- of kleiformaties.

18. Hoe werkt een kerncentrale?
Net als in andere centrales die werken op gas, kolen of olie, wordt in een kernenergiecentrale elektriciteit opgewekt. De manier waarop dat gebeurt, is in principe eenvoudig. Met het verbranden van kolen, gas, olie of met kernenergie wordt water verhit tot stoom. Deze stoom drijft een turbine aan. Die is gekoppeld aan een grote dynamo: de generator. Deze generator levert op zijn beurt de elektriciteit aan het openbare net.
In een kerncentrale maakt men gebruik van de brandstof uranium om stoom te maken. Bij het splijten van uranium komt een grote hoeveelheid warmte vrij. Dit splijtingsproces vindt plaats in de reactor van de centrale. Voor het splijtingsproces in een kernreactor is een specifiek soort uranium nodig: uranium-235. In natuurlijk uraniumerts zit gemiddeld nog geen procent van deze uranium-235. De meeste kernreactoren hebben echter uranium nodig waarin vanaf 3 procent uranium-235 aanwezig is. De tussenstap die hiervoor nodig is, heet 'verrijking'.
Het verrijkte uranium, waarin veelal nog meer dan 95 procent onsplijtbaar uranium zit, komt in dichtgelaste staven in de reactor. Dit zijn de zogenoemde splijtstofstaven. De atoomkern van uranium-235 kan door neutronen worden gespleten. Het atoom valt uit elkaar in brokstukken ('splijtingsproducten') en zendt daarbij deeltjes uit. Deze deeltjes, in dit geval neutronen, kunnen bij een ander atoom uranium-235 een nieuwe kernsplijting veroorzaken. Daarbij ontstaan opnieuw warmte en enkele neutronen, die elk weer een nieuw atoom kunnen raken. Zo ontstaat een kettingreactie. Absorberende materialen zorgen ervoor dat deze reactie beheerst blijft. Alle splijtingen samen zorgen ervoor dat een kerncentrale kan draaien.

19. Hoeveel straling komt er vrij in een kerncentrale?
Door de kernreacties in een kerncentrale ontstaan verschillende radioactieve stoffen. Samen leveren ze een aanzienlijke hoeveelheid straling op. Op een zeer klein gedeelte na bereikt deze straling de buitenwereld niet. Via de ventilatieschacht van de centrale en het koelwater worden minieme hoeveelheden radioactieve stoffen geloosd. De centrale heeft daarvoor een vergunning van de overheid. Bovendien staan deze lozingen - en natuurlijk de reactor zelf - in Nederland onder strenge controle.

20. Welke nucleaire installaties zijn er in Nederland?

  • Kerncentrale in Borssele (Zeeland)
    Deze elektriciteitscentrale is eigendom van de Elektriciteits-Productiemaatschappij Zuid-Nederland. De reactor werd in 1973 in gebruik genomen. De kerncentrale is in grootte vergelijkbaar met een doorsnee kolen- of gascentrale. Op maximaal vermogen levert deze elektriciteitscentrale ongeveer 450 MW energie (megawatt = miljoen watt). Aanvankelijk zou de kerncentrale uiterlijk in 2004 worden gesloten. Het kabinet-Balkenende-II wil echter dat Borssele openblijft tot uiterlijk in 2033, tenzij uit veiligheidsoverwegingen een eerdere sluiting noodzakelijk is.
  • Kerncentrale in Dodewaard (Gelderland)
    Deze is weliswaar al dicht, maar nog niet ontmanteld. De kernreactor werd in 1968 in gebruik genomen. In 1997 werd de reactor gesloten, omdat hij niet langer rendabel was en de vooruitzichten op de bouw van een nieuwe centrale in Nederland ongunstig waren. Bij sluiting van de centrale zijn de splijtstofstaven afgevoerd, maar is gekozen om na een wachtperiode van 40 jaar over te gaan tot gehele ontmanteling van de centrale met een terugkeer naar een 'groene weide' situatie. Eigenaar is de Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland.
  • Verrijkingsfabriek van uranium in Almelo (Overijssel)
    Eigenaar is het Engels/Duits/Nederlandse consortium Urenco. Hier wordt uit natuurlijk uranium door middel van ultracentrifuge zogeheten 'verrijkt' uranium geproduceerd.
  • Onderzoekscentrum in Petten (Noord-Holland)
    Bedoeld voor onderzoek, levert dus geen elektriciteit. Op het terrein van het onderzoekscentrum staan twee reactoren: de hogefluxreactor en de lagefluxreactor. De laatste is eigendom van NRG, een ECN-KEMA bedrijf waarbij ECN staat voor Energieonderzoek Centrum Nederland. De hogefluxreactor is eigendom van de Europese Commissie. Beide reactors zijn sinds 1960 in gebruik. De capaciteit van de hogefluxreactor is 60 MWth, die van de lagefluxreactor is 30 kWth. Afgezien van onderzoeksactiviteiten produceert de hogefluxreactor ook radioactieve substanties die aan ziekenhuizen worden geleverd voor diagnostiek en voor de bestrijding van kanker (radiofarmacie).
  • Onderzoeksreactor in Delft (Zuid-Holland)
    Bedoeld voor onderzoek, levert ook geen elektriciteit. De onderzoeksreactor heeft sinds 1 januari2007 een nieuwe naam Reactor Institute Delft (RID) en maakt deel uit van de Faculteit Technische Natuurwetenschappen. De reactor werd in 1963 in gebruik genomen en heeft een vermogen van 2 MWth.
  • Centrale opslag voor radioactief afval (Covra), gevestigd in de gemeente Borsele in Zeeland. Zie vraag 11.

21. Tot wanneer blijft de kerncentrale Borssele open?
De kerncentrale Borssele wordt uiterlijk eind 2033 gesloten, tenzij uit veiligheidsoverwegingen een eerdere sluiting noodzakelijk is. De uiterste sluitingsdatum is vastgelegd in een ontwerpconvenant en in een wetsvoorstel dat voormalig staatssecretaris Van Geel op 10 januari 2006 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd (zie Kamerstukken).
Ook zijn in het ontwerpconvenant afspraken gemaakt over de veiligheid en ontmanteling van de centrale. Een analyse van de onderzoeksinstituten ECN en NRG naar de effecten van het langer openblijven van de centrale tot 2033 laat zien dat er vanuit veiligheidsoverwegingen geen onoverkomelijke bezwaren zijn tegen het voortzetten van de bedrijfsvoering. In het convenant is bovendien vastgelegd dat de kerncentrale Borssele moet blijven behoren tot de 25 procent meest veilige kerncentrales van de EU, VS en Canada. Naast de gebruikelijke veiligheidsonderzoeken wordt er elke vijf jaar onder leiding van een commissie van deskundigen een vergelijkend onderzoek ('benchmark') ter controle uitgevoerd.
Verder is afgesproken dat de kerncentrale Borssele direct na sluiting wordt ontmanteld. Dit in plaats van een ontmanteling na een wachtperiode van 40 jaar, zoals die tot nu toe door EPZ (bedrijf dat de kerncentrale Borssele exploiteert) voorzien was.
Tenslotte beloven de aandeelhouders van EPZ (Delta en Essent) in het ontwerpconvenant om 250 miljoen euro extra te investeren in duurzame energie, energiebesparing, CO2-opslag en hernieuwbare energie. Daarnaast investeert de overheid hierin eveneens 250 miljoen euro.

22. Krijgt Nederland een tweede kerncentrale?
De Ministers van Economische Zaken en VROM hebben 29 april 2010 een uitwerking van de kernenergiescenario’s naar de Tweede Kamer gestuurd met een Kamerbrief (pdf, 238 KB). De ministerraad heeft daarmee ingestemd.  De ministers doen daarmee een toezegging uit het Energierapport 2008 gestand. De brief is beleidsneutraal en bevat geen beleidskeuzes.

Het gaat om de volgende scenario’s:
1a: Geen nieuwe kerncentrales. In dit scenario wordt geen actie ondernomen om de bouw van een nieuwe kerncentrale in Nederland op termijn te realiseren. De kerncentrale in Borssele sluit uiterlijk in 2033.
1b: Geen nieuwe kerncentrales tenzij inherent veilig. Naar verwachting is een inherent veilige kerncentrale niet voor 2030 op de markt en kan deze dus niet voor 2040 operationeel zijn in Nederland.
2: De Kerncentrale Borssele vervangen in 2033. Borssele zal dat jaar aan het einde van zijn technische en economische levensduur zijn.
3. Nieuwe kerncentrale(s) na 2020 (naast vervanging van Borssele). In dit scenario worden vanaf 2020 een of meer kerncentrales in Nederland gebouwd.

Het is aan het volgende kabinet om te besluiten over de rol van kernenergie in de energiemix. De scenario’s leveren het fundament voor de te nemen beslissingen, inclusief de daarbij behorende transparante en consistente randvoorwaarden. Publieke belangen spelen in de besluitvorming over de rol van kernenergie in de energiemix een essentiële rol.  De overheid bepaalt de politieke en technische randvoorwaarden en het reguleringskader. Daarbinnen is het aan bedrijven om te bepalen of men al dan niet wil investeren in een nieuwe kerncentrale. De Kamerbrief bevat daarom twee hoofdonderdelen:
1. Aandachtspunten die van belang kunnen zijn bij de politieke besluitvorming over kernenergie: het betreft de aspecten maatschappelijk draagvlak, betaalbare, betrouwbare en schone energievoorziening, veiligheid & straling en internationale context, industrie & economie.
2. Mogelijke condities, waaronder de verschillende kernenergiescenario’s zouden kunnen worden gerealiseerd na besluitvorming door het volgende kabinet: het gaat om onder andere hoe om te gaan met de realisatie van eindberging van radioactief afval, maatschappelijk draagvlak, veiligheidsmaatregelen rond kerncentrale en investeringsklimaat.

Bescherming bij kernongeval

23. Hoe beschermt u zich bij een nucleair ongeval?
Kerncentrale en -installaties worden streng beveiligd. Ondanks strikte voorschriften en strenge controles is een ongeval nooit helemaal uitgesloten. De kans op een kernramp is miniem. Daarom is het belangrijk dat iedereen die vlakbij een kerninstallatie woont, werkt of verblijft, weet wat hij moet doen bij een ernstig kernongeval.
Vrijwel zeker is er na een ongeval voldoende tijd - enige uren tot dagen - om maatregelen te nemen voordat radioactiviteit zich in de omgeving verspreid. Bij een nucleair alarm treedt meteen een noodplan (het zogenoemde 'kernongevallen bestrijdingsplan') van de overheid in werking. U kunt zelf ook maatregelen nemen om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden.

24. Hoeveel straling loop ik op door een kernongeval?
Dat hangt af van het ongeluk. Bij de meeste zogenoemde ongelukken gaat het om kleine incidenten waarbij geen of heel weinig extra radioactieve straling vrijkomt. Van groot belang is ook of de koepel van de centrale intact blijft. Vrijwel alle kerncentrales in Europa hebben een koepel. De kerncentrale in Tsjernobyl had geen koepel.
Bij heel zware ongevallen, waarbij de kern van de kernreactor smelt kan, zal de overheid alles in het werk stellen om de stralingsdosis (ver) beneden de 500 millisievert (mSv) te houden.

25. Wat moet ik doen bij een nucleair ongeval?
Bij een (nucleaire) ramp loeien de sirenes. Neem dan de volgende maatregelen:

  • Blijf vooral rustig en ga naar binnen (huis of, als u buiten bent, een gebouw). Sluit ramen en deuren om te voorkomen dat radioactieve stofdeeltjes binnenkomen. De muren houden het grootste deel van de straling tegen. Blijf binnen tot het alarm officieel is opgeheven.
  • Haal de kinderen niet van school. Ze zijn er veilig en de leerkrachten weten wat ze moeten doen.
  • Bent u onderweg in een auto, zet dan de ventilatie af.
  • Zet radio of tv aan. De rampenzender vertelt welke verdere maatregelen u het beste kunt nemen.
  • Volg de aanbevelingen van overheid en hulpdiensten op. Die kunnen gaan over het innemen van bijvoorbeeld jodiumtabletten of evacuatie.
  • Wacht met telefoneren. Overbelasting van de telefoonlijnen kan het werk van hulpdiensten ernstig verstoren.

26. Welke maatregelen worden genomen bij een kernongeval?
In de eerste fase kan de overheid de volgende maatregelen nemen of adviseren:

  • schuilen
  • jodiumtabletten innemen (jodiumprofylaxe)
  • evacuatie
  • huidontsmetting
  • voedseladviezen

27. Waarom moet ik schuilen?
Bij een kernongeval komt waarschijnlijk een radioactieve wolk vrij. Radioactiviteit komt uit zo'n wolk naar beneden en besmet het gebied waarover zij waait. Niet alleen uw huid en kleding kunnen worden besmet, maar u ademt deze stoffen ook in. Als u schuilt dan kunt u besmetting voor een groot deel voorkomen.
Schuilen betekent: naar binnen gaan, ramen en deuren sluiten en zoveel mogelijk gesloten houden. Het is niet nodig alle ramen en deuren af te plakken. Het kan nuttig zijn een natte, opgerolde handdoek te leggen tegen kieren van meer dan 0,5 cm.

28. Moet iedereen schuilen?
Niet altijd. De overheid kan adviseren om alleen kinderen binnen te houden. In dat geval hoeven volwassen die een noodzaak hebben om naar buiten te gaan (bijvoorbeeld mensen die buiten werken of die noodzakelijke boodschappen moeten doen), niet te schuilen.

29. Hoe lang moet ik schuilen?
Dat ligt aan de ramp of crisis. Via de rampenzender wordt u hierover geadviseerd. Als u ramen en deuren sluit, is de radioactieve straling binnen gedurende een bepaalde tijd lager dan buiten. Daarna is het precies omgekeerd. Buiten verdwijnt de radioactiviteit sneller, zeker als het waait. Deze tijd is erg afhankelijk van het weer. Daarom wordt u zodra de wolk voorbij is, via uw rampenzender aangeraden alle ramen en deuren wagenwijd open te zetten. Mogelijk dat u dan toch wordt aangeraden om wèl binnen te blijven. Mogelijk is uw tuin en straat besmet met radioactieve stoffen. Deze stoffen verdwijnen deels snel (kortlevende radionucliden). Door nog enige tijd binnen te blijven, wordt u in ieder geval niet aan die kortlevende stoffen blootgesteld. Ook geeft het de gemeente kans om te kijken hoe ernstig de besmetting is. Volwassenen kunnen in het algemeen veel eerder de woning verlaten dan kinderen. De rampenzender informeert u hierover. Volg die adviezen nauwgezet.

30. Wanneer moet ik jodiumtabletten innemen?
Alleen als de overheid dat adviseert (via de rampenzender). Alleen wanneer veel radioactief jodium vrijkomt of dreigt vrij te komen, adviseert de rampenzender één of een halve jodiumtablet (jodiumprofylaxe) in te nemen. Neem geen tablet in als iemand die niet namens de (lokale) overheid spreekt, u adviseert of suggereert een tablet in te nemen.

31. Waarom moet ik jodiumtabletten slikken?
De schildklier neemt jodium uit het voedsel op. Zonder jodium kan de schildklier geen hormonen aanmaken. Deze hormonen zijn van groot belang voor de stofwisseling. De stralingsdeeltjes die bij een kernongeval vrijkomen, bevatten meestal ook radioactief jodium.
Door tabletten te slikken met niet-radioactief jodium neemt de schildklier minder radioactief jodium op. De tabletten beschermen niet tegen de effecten van andere radioactieve stoffen die bij een kernongeval vrij kunnen komen.
Een tablet beschermt tegen de hoeveelheid radioactief jodium die u kunt inademen. Ook als het ongeval al begonnen is en er al radioactief jodium in de lucht is, is het nog goed om de tablet in te nemen, zolang de overheid dat adviseert. Dit kan tot ongeveer 6 uur nadat radioactief jodium is vrijgekomen. Het gunstige effect van de jodiumtabletten is dan wel minder. In veel gevallen biedt schuilen overigens al voldoende bescherming.

32. Hoe kan ik besmet raken door radioactief jodium?
Radioactieve jodium kan op drie manieren in het lichaam terechtkomen:

  • via het inademen van lucht met radioactief jodium. Inademing kan niet worden voorkomen. Wel zijn de risico's kleiner als u bij een kernongeval binnen blijft en de ramen en deuren sluit.
  • via het nuttigen van voedsel of drank met radioactief jodium. Dit kan bijvoorbeeld door het eten van groenten van besmet land of het drinken van melk van koeien die gras met radioactief jodium hebben gegeten. De overheid probeert dit te voorkomen door besmet voedsel van de markt te halen.
  • besmetting via de huid. Dit is voor jodium zeer beperkt.

Om de gevolgen zo veel mogelijk te beperken, worden jodiumtabletten verstrekt. Jodiumtabletten kunnen soms misselijkheid, huiduitslag, tranende ogen, hoesten, zwelling van de speekselklier, koorts, rode huiduitslag, benauwdheid veroorzaken. Wanneer deze klachten lang duren is het verstandig de huisarts te raadplegen. Na het innemen van de tablet kunt u een metaalsmaak in de mond krijgen.

33. Hoe kom ik aan jodiumtabletten?
Bij een ongeval delen gemeenten binnen zes uur jodiumtabletten uit. In gebieden direct rond de kerncentrales in Borssele, Emsland (Duitsland) en Doel (België) is het uitdelen van jodiumtabletten tot in detail voorbereid. Rondom andere (kleine) kerncentrales niet, omdat bij deze centrales bij een kernongeval naar verwachting zo weinig jodium vrijkomt, dat het slikken van jodiumtabletten niet nodig is. De voorbereiding is uitgewerkt in het (inter)gemeentelijk rampenbestrijdingsplan.
Sommige burgers hebben al jodiumtabletten ontvangen. Dit is een voorzorgsmaatregel. Als een ongeval plaatsvindt waarbij de tabletten van nut zijn, adviseert de overheid u via uw rampenzender een halve of één tablet in te nemen. Neem alleen tabletten in als de overheid daartoe nadrukkelijk een advies geeft.

34. Hoeveel tabletten moet ik innemen?
Eenmalig een hele of halve tablet. Een tablet bevat 170 milligram kaliumjodaat (KIO3), waarvan 100 milligram jodium. De tabletten zijn voorzien van een breekgleuf, waardoor inname van halve tabletten mogelijk is. Inname met een glas water, thee of melk.
Dosering:

  • Kinderen die niet volledige borstvoeding krijgen: tot en met 3 jaar: ½ tablet
  • Kinderen van 4 jaar en ouder: 1 hele tablet
  • Volwassenen van 18-40 jaar: 1 hele tablet
  • Zwangere vrouwen (alle leeftijden): 1 hele tablet
    Daarmee beschermen ze ook hun ongeboren kind. Zwangere vrouwen wordt geadviseerd de inname van jodiumtabletten te melden aan de huisarts, zodat na de geboorte de schildklierfunctie van het kind kan worden gecontroleerd. Eventuele storingen kunnen met medicijnen worden verholpen.
  • Een kind dat volledige borstvoeding krijgt, hoeft geen jodiumtablet in te nemen. Hij krijgt via de borstvoeding voldoende jodium binnen. De moeder moet wel een hele jodiumtablet innemen.

35. Moet iedereen een of een halve tablet innemen?
Nee, niet iedereen. De rampenzender zal hier duidelijk over zijn. Er kan geadviseerd worden om alleen kinderen en jongeren een tablet te laten innemen. De risico's van radioactief jodium zijn voor jonge kinderen het grootst en deze risico's worden snel minder met het ouder worden. Mensen boven de 40 jaar zal geadviseerd worden om de tablet niet in te nemen. De volgende mensen moeten absoluut geen jodiumtablet innemen:

  • mensen die allergisch zijn voor jodium;
  • mensen die leiden aan de zeldzame ziektes dermatitis herpetiformis van Duhring, iododerma tuberosum, hypocomplementaire vasculitis, myotonia congenit. Indien u aan een van deze ziektes lijdt, zal de huisarts u waarschuwen.

Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, moeten een hele jodiumtablet innemen. Zo beschermen zij zowel zichzelf als hun ongeboren of pasgeboren kind tegen radioactief jodium. Wordt het kind kort hierna geboren, vertel dan de arts of verloskundige dat u een jodiumtablet heeft ingenomen. Pasgeborenen krijgen via de moedermelk jodium binnen. Ze worden bij volledige borstvoeding afdoende beschermd. Babies die geen volledige borstvoeding krijgen, moet ook eenmaal een ½ tablet met de melk gegeven worden.

36. Kan ik ook jodium innemen dat bestemd is voor het ontsmetten van wonden?
Dat wordt ten zeerste afgeraden. Het is onduidelijk hoeveel jodium u dan inneemt. Zowel teveel als te weinig is niet goed. Bovendien worden tabletten beter opgenomen in het lichaam.

37. Wanneer moet ik evacueren?
Alleen bij zeer ernstige kernongevallen zal een gebied direct rondom de centrale moeten worden geëvacueerd. Het gaat dan om uitzonderlijke rampen waarbij gebieden zwaar besmet worden met radioactieve straling, zoals bij de ontploffing van de kernreactor in Tsjernobyl in 1986.
De overheid kondigt zo'n maatregel af via de rampenzender op tv en radio en eventueel via geluidswagens. Hierbij roept de overheid bewoners op hun woning tijdelijk te verlaten en met eigen of georganiseerd vervoer naar een veilig gebied te gaan. De overheid richt dan speciale opvangcentra in. Het ontruimde gebied wordt volledig afgesloten en bewaakt. Soms kan de overheid adviseren eerst te schuilen totdat de radioactieve wolk is overgetrokken, voordat een gebied wordt geëvacueerd.

38. Welke voedseladviezen geeft de overheid?
De overheid kan bij kernongevallen maatregelen nemen om te voorkomen dat radioactief voedsel op de markt komt. Als een radioactieve wolk vrijkomt, dan wordt alles in het gebied waar hij overtrekt besmet, waaronder gewassen en vee dat gras eet (grasvee). Als dat nodig is, kondigt de overheid een oogst- en slachtverbod af. Ook kunnen boeren worden verplicht hun dieren op stal te houden. Verder kan de overheid de handel in groente, vlees, vis en melkproducten indien nodig aan banden leggen en adviseren om alleen ingeblikte, droge of ingevroren producten te consumeren.

39. Wat doet de overheid als het drinkwater besmet is?
De gemeente waarschuwt u als het drinkwater niet meer te gebruiken is voor drinken, douchen, koken en dergelijke. In ernstige gevallen van verontreiniging kan de overheid de levering stopzetten. Andere drinkwaterbedrijven kunnen dan de productie overnemen. Hoe snel dat gebeurt, hangt af van de aard en de omvang van de verontreiniging. Mocht de levering lang onderbroken zijn, dan kunnen waterbedrijven binnen 24 uur (nood)drinkwater (maximaal 3 liter per persoon per dag) leveren met bijvoorbeeld wagens en watertanks. De waterbedrijven en de overheid hebben hier draaiboeken voor klaarliggen.

40. Hoe weet ik dat kraanwater besmet is?
U wordt hierover zo snel mogelijk op de hoogte gebracht via radio, tv of omroepwagens.

Euratom richtlijn 2006/117

Wat is de Euratom richtlijn 2006/117?
Richtlijn 2006/117 (pdf, 83 KB) regelt het toezicht en de controle op het overbrengen van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen. Dat geldt voor het overbrengen tussen de Europese lidstaten, maar ook  tussen de Europese Unie en de landen er buiten. De richtlijn stelt dat radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen alleen met vergunning een landsgrens mag worden overgebracht. Andere Europese lidstaten of landen buiten de Europese Unie hierbij betrokken: meestal moet een aantal landen toestemming de overbrenging goedkeuren. Soms kan een vergunning voor overbrenging worden geweigerd, bijvoorbeeld als een een betrokken staat de overbrenging niet toestaat. In de richtlijn 2006/117 is een aantal weigeringsgronden opgenomen.
De Euratom richtlijn 2006/117 heeft op 25 december 2008 de Euratom richtlijn 92/3 vervangen.

Vanaf wanneer geldt de richtlijn 2006/117 in Nederland?
Voor de Euratom richtlijn 2006/117 is een nieuw Besluit opgesteld: het 'Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen' (pdf, 131KB). Dit nieuwe besluit is op 15 april 2009 in werking getreden.

Is voor de uitvoering van radioactief sludge een vergunning verplicht?
Nee, voor de uitvoer van radioactief sludge is geen vergunning meer nodig op grond van richtlijn 2006/117.
Radioactief sludge is afval dat radioactief materiaal van natuurlijke oorsprong (bekend als NORM-afval) bevat. Dat radioactief materiaal hoopt zich op in de reststoffen van behandelde aardgassen of ruwe olie.

Valt het uitvoeren van radioactief sludge dan helemaal niet meer onder wet-en regelgeving?
Het transport van radioactief sludge (NORM-afval) blijft wel meldingsplichtig op grond van het ‘Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen’, tenzij de activiteitsconcentratie lager is dan of gelijk is aan 10 keer de waarden die staan vermeld in tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (Wetten.overheid.nl).

Foto