Biotechnologie
Introductie
De VROM-Inspectie heeft een eigen dossier over dit onderwerp op www.vrominspectie.nl. Bekijk het overzicht van alle gelijkende dossiers of ga direct naar het dossier over dit onderwerp:
Biotechnologie is de toepassing van technieken waarbij organismen (zoals planten, dieren, schimmels, bacteriën of virussen) of delen daarvan worden gebruikt voor de productie van levensmiddelen, diervoeders, medicijnen of de ontwikkeling van (nieuwe) producten.
Biotechnologie wordt veel en divers toegepast. De toepassingen zijn onderverdeeld in 3 sectoren:
- Witte biotechnologie, vaker industriële biotechnologie genoemd, is de toepassing van biotechnologie in industriële productie van bijvoorbeeld plastic of brandstof uit suiker.
- Rode biotechnologie is de toepassing van biotechnologie in de gezondheidszorg. Onderzoekers gebruiken het bij de productie van medicijnen en vaccins, maar ook om ziekten op te sporen.
- Groene biotechnologie is biotechnologie in de landbouw en de voedselproductie. Het maken van kaas en bier zijn bijvoorbeelden van groene biotechnologie, maar ook genetisch gemodificeerde gewassen vallen onder dit kopje.
Klassiek en modern
Biotechnologie is al eeuwen oud, zoals het maken van kaas, het fokken van dieren, het brouwen van bier en de veredeling van dieren en planten. Dit zijn vormen van de zogenaamde klassieke biotechnologie. In de vorige eeuw ontstond er een nieuwe vorm; de moderne biotechnologie, waarbij gebruik wordt gemaakt van genetische modificatie (ook wel eens genetische manipulatie genoemd). Met behulp van genetisch modificatie kan de mens klassieke biotechnologie versnellen, vergemakkelijken of totaal nieuwe dingen laten doen.
Genetische modificatie
Genetische modificatie is het veranderen van het erfelijk materiaal, oftewel de genetische eigenschappen van een organisme. Het resultaat noemt men een genetisch gemodificeerd organisme; afgekort een ggo. Het gaat dan om aanpassingen die van nature niet voor kunnen komen. In de natuurlijke voortplanting worden alle genen van de twee ouders gemengd, terwijl bij genetisch modificatie één gen of enkele genen gericht kunnen worden ingebracht. Wetenschappers kunnen hiervoor soorteigen genen gebruiken maar ook genetisch materiaal van heel verschillende soorten organismen vermengen. Zo kan bijvoorbeeld een plant een gen van een bacterie krijgen zodat hij niet meer vatbaar is voor een bepaalde ziekte. Dit is slechts een voorbeeld; de mogelijke toepassingen van genetische modificatie zijn zeer breed, variërend van aangepast gist voor snellere kaas productie tot nieuwe medische therapieën.
Zie ook
- Op http://www.ditisbiotechnologie.nl leest u uitgebreide informatie over biotechnologie.
- Genetische modificatie (Milieucentraal.nl)
- www.overheid.nl/biotechnologie
- http://www.genomics.nl/
Website van het National Genomics Institute, in samenwerking met onder meer Senternovem, de uitvoeringsorganisatie van Vrom.
Risico’s en vergunningen
De overheid ziet naast de kansen die de moderne biotechnologie biedt ook risico’s. De techniek is nog relatief nieuw en kan mogelijk onbedoelde gevolgen hebben, op de korte of langere termijn. Ggo’s zouden bijvoorbeeld mogelijk allergieën kunnen veroorzaken; of insecten schaden die juist nodig zijn voor het voortbestaan van een plant. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig te zijn bij onderzoek en toepassing van ggo’s. Als een aangepast organisme in het milieu worden gebracht, mogen er immers geen nadelige gevolgen zijn voor de omgeving.
Hierbij speelt het ministerie van VROM een belangrijke rol. Zij heeft onder andere als taak de risico’s voor mens en milieu betreffende (moderne) biotechnologie te adresseren. In Nederland is het in principe verboden te werken met genetisch gemodificeerde organismen tenzij er een vergunning voor is verleend. Dit is vast gelegd in het Besluit ggo en de Regeling ggo (Zie Weten en regels). Om een vergunning te krijgen moeten de aanvragers de risico’s van het betreffende ggo in kaart brengen in een zogenaamde milieurisicoanalyse. Bij de milieurisicoanalyse wordt gekeken naar:
- de mogelijke ongewenste gebeurtenissen die kunnen optreden;
- de kans of de waarschijnlijkheid dat die ongewenste gebeurtenissen optreden;
- welke maatregelen er genomen kunnen worden om die kans te verkleinen en om de gevolgen te beperken.
Pas als het risico voor mens en milieu aanvaardbaar klein is bevonden, zal er een vergunning kunnen worden verleend. Andere factoren zoals de voordelen of de gevoelens in de samenleving zijn belangrijk maar spelen geen rol bij de risicobeoordeling. Een vergunning mag door de minister van VROM alleen geweigerd worden op basis van de risico’s voor mens en milieu.
Het ministerie van VROM laat zich bij het nemen van beslissingen rondom ggo’s adviseren door de Commissie Genetische Modificatie (COGEM). De COGEM beoordeelt alle Nederlands introducties in het milieu van ggo’s en kijkt daarbij naar risico’s voor mens en milieu. Het is de onafhankelijke adviescommissie die gevraagd en ongevraagd adviseert aan het ministerie van VROM.
Wanneer het ggo bestemd is als levensmiddel moet het ook beoordeelt worden op voedselveiligheid. Hiervoor zijn de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verantwoordelijk. Bij ggo’s voor diervoeders is de minister van LNV verantwoordelijk.
Argumentenkaart
Over ggo’s wordt sinds de eerste ontwikkeling veel gediscussieerd. Om de discussie over genetisch gemodificeerde gewassen overzichtelijk te maken is de Argumentenkaart samengesteld. Hierop staan de argumenten die Nederlandse consumenten gebruiken in de discussie over genetisch gemodificeerde gewassen. Die meningen hoeven dus volgens huidige wetenschappelijke inzichten niet waar te zijn.
- De argumentenkaart (pdf, 122 KB)
Welke producten zijn genetisch gemodificeerd?
Als er genetisch gemodificeerde bestanddelen in voedingsmiddelen zitten moet dat sinds 2004 op het etiket vermeld staan. Dit wordt meestal vermeld bij de ingrediënten. Bij het betreffende ingrediënt staan dan de woorden 'genetisch gemodificeerd' of 'geproduceerd met genetisch gemodificeerde' . Wanneer de ingrediëntenlijst ontbreekt dan moet de fabrikant het ergens anders op het etiket vermelden.
Bij melk, vlees en eieren die afkomstig zijn van dieren die genetisch gemodificeerd veevoer hebben gegeten hoeft het echter niet vermeld te worden. Evenmin hoeft katoen van genetisch gemodificeerde katoenplanten niet geëtiketteerd te worden als het geen levensvatbaar zaad meer bevat.
Zie ook
- Genetische modificatie (Voedingscentrum)
- Genetische modificatie (Voedsel en Waren Autoriteit)

