1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Milieu
  4. Biobrandstoffen

Biobrandstoffen

Duurzame biobrandstoffen

Uit de verschillende generaties biobrandstoffen blijkt dat bedrijven en organisaties blijven onderzoeken hoe ze biobrandstoffen zo duurzaam mogelijk kunnen maken en tevens hoe deze duurzame biobrandstoffen commercieel op de markt gebracht kunnen worden.

De productie van biobrandstoffen kan leiden tot aantasting van natuurgebieden en tot concurrentie met de voedselmarkt  wanneer eetbare gewassen als brandstof gebruikt worden. Daarom moeten duidelijke duurzaamheideisen gesteld worden aan de  productie en inzet van biomassa. Het gaat dan om meer efficiëntie in de landbouwsector, hergebruik van afval, en een effectievere bescherming van de natuur.

Om de mogelijke negatieve effecten te voorkomen gelden er vanaf 2011 duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen. Deze eisen zijn, naast de doelstellingen voor hernieuwbare energie en het verminderen van broeikasgasemissies in vervoerrssector, vastgelegd in de Europese richtlijn hernieuwbare energie. Dit betekent dat, vanaf 2011, alleen biobrandstoffen die voldoen aan deze duurzaamheidseisen mogen meetellen om het minimale aandeel hernieuwbare energie in de vervoerssector te behalen. Hieronder staan de duurzaamheidcriteria verder uitgelegd.

Duurzaamheidscriteria

Intentieverklaring Rapportage Biobrandstoffen 2010
Vooruitlopend op de wettelijke implementatie van de richtlijn hernieuwbare energie heeft de minister van VROM met de vertegenwoordigers van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie  (VNPI), de Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche (NOVE) en het Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO) een intentieverklaring over de rapportage van biobrandstoffen in 2010 getekend. In deze verklaring staat dat de branche al in 2010 vrijwillige rapportages gaat aanleveren met daarin niet alleen de hoeveelheid biobrandstoffen die op de Nederlandse markt worden gebracht, maar ook informatie over de herkomst, de grondstoffen die gebruikt worden voor de productie van de biobrandstoffen en de duurzaamheid hiervan.

Duurzaamheidscriteria uit Europese regelgeving
De richtlijn hernieuwbare energie formuleert duurzaamheidcriteria voor de productie van biobrandstoffen en vloeibare biomassa. Alleen biobrandstoffen die voldoen aan deze criteria mogen worden meegerekend in het aandeel energie uit de hernieuwbare bronnen voor de vervoerssector.

Zo mogen duurzame biobrandstoffen niet geproduceerd worden uit grondstoffen van gebieden met (voorheen) een grote biodiversiteitwaarde of gebieden met een hoge koolstofvoorraad op of in de bodem, denk hierbij aan oerbossen, en bio-diverse graslanden. Veengebieden mogen niet ontwaterd worden. Ook hebben de duurzaamheidscriteria betrekking op een minimum percentage broeikasgasemissiereductie in de gehele keten ten opzichte van de fossiele brandstoffen.

In de richtlijn staat ook een aantal andere duurzaamheidaspecten waar geen harde eisen aangesteld worden. Een van deze aspecten zijn de indirecte effecten van landgebruik. Het kabinet pleit voor bindende maatregelen in Europees verband, om de negatieve consequenties van de indirecte verschuiving van landgebruik voor de productie van biobrandstoffen te minimaliseren.

Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa
Op 29 juni 2009 is de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (ook wel bekend als de Commissie Corbey) ingesteld met als belangrijkste taak de regering gevraagd en ongevraagd te adviseren over duurzaamheid bij de productie en gebruik van biomassa  en biobrandstoffen.
Uitgangspunt is de noodzaak om het volume aan duurzame biobrandstoffen te vergroten. De Europese richtlijn hernieuwbare energie verplicht de lidstaten tot minimaal 10% hernieuwbare energie in de vervoerssector in 2020. Dit kan alleen bereikt worden met een wezenlijk onderdeel biobrandstoffen die dienen te voldoen aan de duurzaamheidseisen van deze richtlijn.

De Commissie Corbey bracht adviezen uit over duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa, indirecte effecten van biobrandstofproductie, rapportageverplichting voor biobrandstoffen en de bijdrage van biomassa aan de duurzame energiedoelstelling. De commissieleden zijn afkomstig uit het bedrijfsleven, de wetenschap en de NGO’s.

Commissie Duurzame Productie van Biomassa (Commissie Cramer)
De Commissie Duurzaamheidsvraagstukken bouwt voort op het werk van de Commissie Duurzame Productie van Biomassa, beter bekend als de Commissie Cramer. Deze commissie heeft duurzaamheidscriteria opgesteld voor de productie van biomassa om ervoor te zorgen dat biomassa op een verantwoorde wijze wordt geproduceerd. Ze hebben betrekking op de uitstoot van broeikasgassen, biodiversiteit, milieu, concurrentie met het voedsel, welvaart en welzijn. Deze “Cramer-criteria” zijn inmiddels verankerd in de Europese richtlijn hernieuwbare energie.
Zie voor meer informatie  het rapport “Toetsingskader voor duurzame biomassa” van de Commissie Cramer.

Ontwikkeling duurzaamheidsnormen

Niet alleen overheden, maar ook particulieren starten initiatieven voor verduurzaming van de productieketens. Deelnemende bedrijven, NGO’s en internationale organisaties komen vrijwillig duurzaamheidscriteria overeen, waarna aan een product een certificaat kan worden toegekend. Deze certificatieschema’s kunnen in de toekomst eventueel ook gebruikt worden om aan te tonen dat aan bepaalde wettelijke voorschriften is voldaan.

Hieronder is een aantal initiatieven genoemd waarin normen met betrekking tot duurzame biomassa zijn of worden ontwikkeld:

• NEN/NTA
Het Nederlandse nationale normalisatie instituut (NEN) faciliteert het opstellen van Nederlandse Technische Afspraken (NTA’s). Voor de productie van biomassa kennen we een tweetal normen:

  • NTA 8080
    Deze Nederlands Technische Afspraak 8080 (NTA) omvat de hierboven genoemde duurzaamheidscriteria van de Commissie Duurzame productie van biomassa. Er worden eisen gesteld voor duurzaam geproduceerde biomassa ten behoeve van energiedoeleinden. Deze eisen worden beschreven voor vaste, vloeibare en gasvormige biomassa. De NTA 8080 omvat een aantal aanvullende eisen ten opzichte van de richtlijn hernieuwbare energie.
  • NTA 8081
    Op basis van de NT 8080 is de NTA 8081 ontwikkeld. Deze NTA bevat een certificatieschema met eisen die aan auditeurs worden gesteld. De NTA 8081 is in ontwikkeling.

• CEN
De European Committee for Standarization werkt aan duurzaamheidsstandaarden voor biomassa voor energie. De CEN-norm wordt opgesteld door een vertegenwoordiger uit de aangesloten EU-lidstaten (voor Nederland: NEN) en het bedrijfsleven. CEN ontwikkelt hoofdzakelijk een norm voor de onafhankelijke  audit van de informatie die door bedrijven over biobrandstoffen zal worden aangeleverd. Het secretariaat van dit CEN-initiatief ligt bij de Nederlandse NEN.

• ISO
De International Organization for Standarization is een wereldwijd netwerk van nationale standardisatie instituten (voor Nederland: NEN) dat internationale normen ontwikkeld. In ISO kader hebben Brazilie en Duitsland initiatief genomen tot de ontwikkeling van een norm voor duurzaamheid van bio-energie.

• Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)
Deze Roundtable is primair opgezet voor de voedselindustrie en heeft betrekking op palmolie. Met een RSPO-certificaat kunnen bedrijven aantonen dat zij voldoen aan de duurzaamheidsnormen zoals in RSPO-kader ontwikkeld.

• Roundtable on Sustainable Biofuels (RSB)
Dit initiatief beoogt alle “Cramer”-duurzaamheidscriteria te adresseren. Er wordt een systeem ontwikkeld om bestaande duurzaamheidsinitiatieven te benchmarken (te vergelijken met een standaard).

Foto