Externe veiligheid
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
- Wat is het Besluit externe veiligheid inrichtingen?
- Wat houdt een basisbeschermingsniveau voor de burger in?
- Wat zijn de hoofdpunten van het Bevi?
- Voor welke bedrijven heeft het Bevi gevolgen?
- Voor welke bedrijven gelden vaste afstanden?
- Wat is de relatie tussen het Bevi en het Activiteitenbesluit?
- Wat is de rol van gemeenten en provincies?
- Hoe ondersteunt VROM gemeenten en provincies?
- Welke bedrijven moeten gesaneerd worden?
- Wat is er veranderd met het Wijzigingsbesluit Bevi?
- Wat is de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi)?
- Wat is er gewijzigd met Revi I?
- Wat is Revi II?
- Wat is de rekenmethodiek Bevi?
- Moet de rekenmethodiek Bevi worden toegepast?
- Wat is Safeti-NL?
- Wat is Revi III?
1. Wat is het Besluit externe veiligheid inrichtingen?
Dit besluit moet individuele en groepen burgers een basisbeschermingsniveau garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het besluit verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met de externe veiligheid als ze een milieuvergunning verlenen of een bestemmingsplan maken.
Het Bevi bevat veiligheidsnormen voor bedrijven met gevaarlijke stoffen die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Bijvoorbeeld vlakbij chemische fabrieken, lpg-tankstations (zie dossier Lpg) en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze risicovolle bedrijven staan soms dichtbij huizen, ziekenhuizen en scholen (zogenaamde kwetsbare objecten) of in de buurt van winkels, horecagelegenheden,sporthallen of sportterreinen (beperkt kwetsbare objecten). Dat kan gevaar opleveren voor mensen die in hier wonen, werken, verblijven of recreëren.
Het Bevi moet de risico's beperken. Dit betekent bijvoorbeeld dat bedrijven maatregelen moeten nemen of dat provincies of gemeenten bedrijven of woning moeten verplaatsen (saneren). Het Bevi is op enkele onderdelen na op 27 oktober 2004 in werking getreden. Het treedt gefaseerd in werking voor sanering van bestaande bedrijven. Het Bevi is per 13 februari 2009 gewijzigd. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) voert het besluit uit.
Bekijk het Bevi en de toelichting.
2. Wat houdt een basisbeschermingsniveau voor de burger in?
Burgers moeten voldoende beschermd zijn tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het basisbeschermingsniveau is een basisnorm dat de kans uitdrukt dat een omwonende overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. Het is uitgedrukt in een getal: het plaatsgebonden risico (PR). Dat is de kans dat een persoon die een jaar lang permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats aanwezig is, als rechtstreeks gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen overlijdt. Het PR bedraagt maximaal 10-6 per jaar. Dat betekent dat de kans niet hoger mag zijn dan één op de miljoen (10-6) per jaar.3. Wat zijn de hoofdpunten van het Bevi?
-
Het Bevi regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen die buiten een bedrijf met gevaarlijke stoffen verblijven.
-
Het Bevi legt het plaatsgebonden risico (PR) vast. Daarmee kunnen gemeenten en provincies veiligheidsafstanden rond risicobedrijven bepalen. Het PR geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang continu op één plek bevindt, overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit. De grenswaarde voor het PR is 10-6. Dit betekent dat de kans 1 op 1 miljoen is dat een persoon buiten het bedrijfsterrein om het leven komt door een ongeluk bij een risicobedrijf.
Het Bevi geeft aan hoe deze veiligheidseisen doorwerken in de milieuvergunning en in ruimtelijke plannen. Voor lpg-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en opslagen van gevaarlijke stoffen gelden vaste veiligheidsafstanden. Die staan in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. -
Het Bevi legt een verantwoordingsplicht op voor het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft de kans aan dat een groep personen door een ongeval bij een risicobedrijf overlijdt. Een gemeente of provincie moet een verantwoording van het groepsrisico afleggen bij veranderingen van het groepsrisico. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Bij de verantwoording moet de gemeente of provincie onder andere de zelfredzaamheid van de bevolking en de mogelijkheden voor hulpverlening meewegen. Zij moet hier advies over vragen bij de regionale brandweer.
Wanneer bedrijven te dicht bij bijvoorbeeld woningen staan, zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig. In het uiterste geval kunnen gemeenten en provincies een bedrijf laten verplaatsen of woningen laten slopen.
4. Voor welke bedrijven heeft het Bevi gevolgen?
Voor alle risicovolle bedrijven die een milieuvergunning nodig hebben. Het Bevi bestempelt de volgende bedrijven en activiteiten als risicovol:
- bedrijven die onder het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (Brzo '99) vallen;
- Lpg-tankstations met een doorzet van meer dan 50 m3 lpg per jaar en waar niet meer dan 80 m3 lpg aanwezig is (zie dossier Lpg);
- ammoniakkoel- en vriesinstallaties en warmtepompen met meer dan 1.500 kilo ammoniak. Deze ondergrens is met het Wijzigingsbesluit Bevi per 13 februari 2009 aangepast van 400 tot 1.500 kg;
- bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan en op grond van het Brzo '99 een veiligheidsbeleid en een veiligheidsbeheerssysteem moeten hebben. Deze ondergrens is per 13 februari 2009 geïntroduceerd met het Wijzigingsbesluit Bevi;
- bedrijven die meer dan 10.000 kg verpakte gevaarlijke stoffen, gevaarlijke afvalstoffen of bestrijdingsmiddelen kunnen opslaan;
- spoorwegemplacementen waar wagons met gevaarlijke stoffen worden gerangeerd. De emplacementen zijn aangewezen in Revi;
- bedrijven met meer dan 1.500 kilo ammoniak in een insluitsysteem zoals een beveiligde opslagtank. Ammoniakkoelinstallaties vallen hier niet onder. Die vormen een eigen categorie;
- bedrijven met meer dan 150 m3 (zeer) licht ontvlambare vloeistof in een insluitsysteem;
- bedrijven met meer dan 13 m3 propaan of acetyleen in een insluitsysteem;
- bedrijven met een cyanidehoudend bad van meer dan 100 liter;
- bedrijven met meer dan 100 liter (zeer) vergiftige stof in een insluitsysteem;
- bedrijven met meer dan 1.500 liter (zeer) vergiftige stof in gasflessen in een opslagcompartiment;
- aardgasreductie- of meetstations met gastoevoerleidingen dikker dan 20 inch (50,8 cm).
De Regeling externe veiligheid inrichtingen kan nog meer bedrijven (inrichtingen) aanwijzen die onder het Bevi vallen.
5. Voor welke bedrijven gelden vaste afstanden?
Er gelden vaste afstanden voor:
- Lpg-tankstations. Het Wijzigingsbesluit Bevi heeft de bovengrens van 1.500 m3 afgeschaft ;
- Bedrijven (inrichtingen) die meer dan 10 ton verpakte gevaarlijke stoffen, gevaarlijke afvalstoffen en bestrijdingsmiddelen in een opslagvoorziening opslaan;
- Bedrijven (inrichtingen) met koelinstallaties met minder dan 10.000 kilo ammoniak;
- Bedrijven (inrichtingen) die meer dan 100.000 kilo meststoffen opslaan uit groep 2 van de PGS 7 (Publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl). Dit zijn meststoffen die gevoelig zijn voor deflagratie: als ze eenmaal in brand staan, blijven ze branden ook als er weinig zuurstof is.
6. Wat is de relatie tussen het Bevi en het Activiteitenbesluit?
Het Bevi geldt niet voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen. Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen hebben niet langer een milieuvergunning nodig, maar moeten voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit.
Meer informatie: Dossier Activiteitenbesluit
7. Wat is de rol van gemeenten en provincies?
Gemeenten en provincies moeten als ze milieuvergunningen verlenen of een bestemmingplan maken rekening houden met het plaatsgebonden risico en het groepsrisico uit het Bevi. Zij moeten risicosituaties in kaart brengen, gevaarlijke situaties saneren en in hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met veiligheidsafstanden.
8. Hoe ondersteunt VROM gemeenten en provincies?
VROM en andere ministeries geven subsidie voor gemeenten en provincies om het beleid voor externe veiligheid uit te voeren. Met het geld financieren zij projecten waarin gemeenten en provincies samenwerken en kennis en ervaring uitwisselen. Gemeenten, regionale brandweer en hulpverleningsregio's kunnen jaarlijks bij hun provincie projectvoorstellen indienen. De provincies dienen vervolgens hun provinciale programma Externe veiligheid in bij VROM. De subsidie - officieel de Regeling voor programmafinanciering Externe veiligheid 2006-2010 - loopt tot eind 2010. Alleen kosten die zijn gemaakt vóór 31 december 2010 komen voor subsidie in aanmerking.
Meer informatie over Programmafinanciering Externe veiligheid
9. Welke bedrijven moeten gesaneerd worden?
Alleen bedrijven die niet voldoen aan de grenswaarde 10-6 per jaar. Of eigenlijk moet de gemeente of provincie de risicovolle situaties oplossen (saneren). Dat kan betekenen dat een bedrijf maatregelen moet treffen of zijn gevaarlijke activiteiten moet staken. Gemeenten of provincies moeten ervoor zorgen dat voor 1 januari 2010 aan de grenswaarde wordt voldaan. Lukt dat niet, dan moet er in ieder geval aan worden voldaan binnen vijf jaar vanaf het moment dat de saneringsplicht voor het betreffende bedrijf geldt.
De saneringsplicht geldt sinds de inwerkingtreding van het Bevi in 2004 voor:
- categoriale inrichtingen
Dit zijn bedrijven waarvoor vaste afstanden gelden. - bedrijven (inrichtingen) die onder het Brzo 99 vallen
De saneringsplicht geldt sinds 1 juli 2008 ook voor:
- transportbedrijven
VROM ontwikkelt voor transportbedrijven een nieuwe rekenmethodiek. VROM adviseert te saneren aan de hand van de nieuwe methodiek. - niet-categoriale lpg-tankstations
Voor niet-categoriale bedrijven (inrichtingen) moet de veiligheidsafstand berkend worden. - niet-categoriale opslagen voor gevaarlijke (afval)stoffen
- niet-categoriale ammoniakkoelinstallaties
- inrichtingen die de minister van VROM in een ministeriële regeling aangwijst.
De saneringsplicht bestaat nu voor alle bedrijven (inrichtingen) die niet voldoen aan de grenswaarde 10-6 per jaar, uitgezonderd spoorwegemplacementen. Hiervoor zijn in het PAGE-project afspraken gemaakt om voor 1 januari 2010 aan de grenswaarde te voldoen.
10. Wat is er veranderd met het Wijzigingsbesluit Bevi?
De belangrijkste wijzigingen van het Bevi zijn:
- de grens voor ammoniakkoelinstallaties die onder het Bevi vallen is verhoogd van 400 naar 1.500 kilo. Die grens staat ook in het Activiteitenbesluit;
- introductie van een ondergrens voor vervoergebonden inrichtingen. De ondergrens is gelijk aan de ondergrens die in het Brzo '99 staan voor een veiligheidsbeleid en -beheersysteem;
- minder bedrijven vallen onder het Bevi. Alleen bedrijven met:
- brandbare gevaarlijke stoffen met chloor-, fluor-, stikstof-, of zwavelhoudende verbindingen, of
- brandbare gevaarlijke stoffen zonder chloor-, fluor-, stikstof-, of zwavelhoudende verbindingen samen met niet-brandbare gevaarlijke stoffen met chloor-, fluor-, stikstof-, of zwavelhoudende verbindingen;
- voor alle lpg-tankstations kunnen gemeenten of provincies vaste afstanden vaststellen;
- verduidelijking van het begrip 'kwetsbaar object';
- aanpassing van de terminologie en begrippen aan PGS 15 (Publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl);
- de mogelijkheid is gecreëerd dat bij overlap van twee veiligheidscontouren vestiging kan worden toegelaten van (beperkt) kwetsbare objecten die slechts binding hebben met inrichtingen binnen één van de twee contouren of het gebied waarvoor één van de contouren is vastgesteld;
- een veiligheidscontour voor een gebied (artikel 14 van Bevi) geldt voor categoriale inrichtingen waarvoor afstandstabellen gelden. De contour komt in de plaats van de vastgestelde afstanden;
- verdere specificering van de aspecten waarover de brandweer adviseert voor de verantwoordingsplicht groepsrisico;
- artikel 14 is aangepast voor wat betreft 'niet functioneel gebonden bestaande beperkt kwetsbare objecten'. Binnen een veiligheidscontour mogen beperkt kwetsbare objecten liggen die geen functionele binding hebben met het gebied of met de bedrijven (inrichtingen) daarin.
Het Wijzigingsbesluit is op 13 februari 2009 in werking getreden.
11. Wat is de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi)?
De Revi voert het Besluit externe veiligheid inrichtingen uit. De Revi bevat de veiligheidsafstanden voor categoriale inrichtingen. Ook wijst de Revi inrichtingen aan waarvoor het plaatsgebonden risico mag worden berekend. Gemeenten of provincies moeten rekenen met een geünificeerde rekenmethode. Verder bevat de Revi referentiepunten om grens- en richtwaarden en afstanden toe te passen. Het geeft aan vanaf welke punten de afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten moet worden gemeten. Tot slot zijn regels gesteld voor het invloedsgebied met het oog op de verantwoording van het groepsrisico en de wijze waarop het plaatsgebonden risico en het groepsrisico moeten worden berekend.
De Revi is sinds 2004 drie keer gewijzigd:
- Revi I
Regeling tot wijziging van de Regeling externe veiligheid inrichtingen van 1 juli 2007. Download Revi I, inclusief de toelichting. - Revi II
Wijziging Regeling externe veiligheid inrichtingen van 1 januari 2008. Download Revi II, met toelichting. - Revi III
Regeling tot wijziging van de Regeling externe veiligheid inrichtingen van 5 december 2008, in werking getreden op 13 februari 2009. Download Revi III, inclusief de toelichting (pdf, 71 KB)
Bekijk of download de huidige tekst van de regeling op Overheid.nl: http://www.wetten.nl/
12. Wat is er gewijzigd met Revi I?
Revi I heeft geregeld:
- dat de afstandstabellen voor ammoniakkoelinstallaties ook gelden voor bestaande ammoniakkoelinstallaties;
- dat een aantal spoorwegemplacementen onder het Bevi valt;
- dat de vaste afstanden voor lpg-tankstations zijn gewijzigd. Dit vloeit voort uit het convenant Lpg-autogas. Zie dossier lpg of het Informatieblad gewijzigde afstanden lpg-autogastankstations.
Revi I is op 1 juli 2007 in werking getreden. Download Revi I, inclusief de toelichting.
13. Wat is Revi II?
De tweede wijziging van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi II) schrijft een geünificeerde rekenmethodiek voor om het plaatsgebonden risico en het groepsrisico te berekenen. Ook brengt de Revi II meer bedrijven onder de werking van het besluit. Voor de volgende bedrijven moet met een berekening worden aangetoond dat ze voldoen aan het plaatsgebonden risico (10-6):
- bedrijven met meer dan 1.500 kilo ammoniak in een insluitsysteem (ammoniakkoelinstallaties vallen hier niet onder);
- bedrijven met meer dan 150 m3 (zeer) licht ontvlambare vloeistof in een insluitsysteem;
- bedrijven met meer dan 13 m3 propaan of acetyleen in een insluitsysteem;
- bedrijven met een cyanidehoudend bad met meer dan 100 liter;
- bedrijven met meer dan 100 liter (zeer) vergiftige stof in een insluitsysteem;
- bedrijven met in een opslagcompartiment met gasflessen met meer dan 1.500 (zeer) vergiftige stof in gasflessen;
- aardgasreductie- of meetstations met een gastoevoerleiding dikker dan20 inch (50,8 cm).
Revi II bepaalt dat afstandstabellen voor inrichtingen met opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen ook voor bestaande situaties gelden. Uiterlijk 1 januari 2010 moeten bedrijven aan de afstanden in de tabellen voldoen. VROM gaat de huidige afstandstabellen vervangen. De nieuwe afstandstabellen staan in de derde wijziging van de Revi (Revi III) die op 13 februari 2009 in werking is getreden.
Het Bevi II wijst bedrijven met bepaalde kunstmeststoffen aan als categoriale inrichtingen. Het gaat hierbij om kunstmeststoffen van groep 2 in de PGS 7 (Publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl) met UN-nummer 2071. De afstand tussen deze bedrijven en (beperkt) kwetsbare objecten moet met afstandstabellen worden vastgesteld.
Meer informatie: Informatieblad Revi II.
14. Wat is de rekenmethodiek Bevi?
Een geünificeerde rekenmethodiek die gemeenten moeten gebruiken om het plaatsgebonden risico en het
groepsrisico te berekenen. De methodiek levert eenduidiger resultaten op. De rekenmethodiek bestaat uit de handleiding
Risicoberekeningen Bevi en het rekenpakket Safeti-NL. De handleiding beschrijft hoe met
Safeti-NL risicoberekeningen moeten worden gemaakt.
Download de
handleiding Risicoberekening Bevi 3.0 op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
(RIVM)
15. Moet de rekenmethodiek Bevi worden toegepast?
Ja, er moet zoveel mogelijk met deze methodiek worden gewerkt. Alleen in sommige gevallen kan de methodiek niet
voldoen. Dan mag een gemeente of provincie alleen met toestemming van de minister van VROM gelijkwaardige
rekenmethoden gebruiken. De minister besluit na advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
(RIVM). Het programma van eisen voor het softwareprogramma kan bij het RIVM worden opgevraagd. Provincies en gemeenten
mogen andere invoergegevens gebruiken als de rekenmethode Bevi niet bij een specifieke situatie past.
Het Revi II bevat een overgangsbepaling voor lopende procedures waarbij is gerekend met een andere rekenmethodiek. Die
mogen worden afgerond op basis van de andere methodiek. Het overgangsrecht geldt voor aanvragen voor een
milieuvergunning die vóór 1 april 2008 in behandeling zijn genomen. Het geldt ook voor ruimtelijke
ordeningsbesluiten (artikel 16 van het Bevi) waarvan het ontwerp vóór 1 april 2008 ter inzage is
gelegd.
16. Wat is Safeti-NL?
Een pakket om de externeveiligheidsrisico's van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te berekenen. Met de berekeningen kan een gemeenten bepalen of een bedrijf voldoet aan de risiconormen van het Bevi. Safeti-NL berekent hoe een gevaarlijke stof zich in de omgeving verspreidt en wat de risico's voor de mens zijn. Safeti-NL geeft de contour voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Meer informatie over de beschikbaarheid van het rekenpakket vindt u op de website van het RIVM.
17. Wat is Revi III?
De derde wijziging van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi III) is op 13 februari 2009 in werking getreden en heeft met name betrekking op het omzetten van de richtlijn CPR 15 in de richtlijn PGS 15. De belangrijkste wijzigingen van de Revi zijn:
- Het van toepassing verklaren van een nieuwe versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevi. In die versie is een nieuwe rekenmethodiek opgenomen voor inrichtingen waar verpakte gevaarlijke stoffen worden opgeslagen in een hoeveelheid groter dan 10.000 kg per opslagplaats (PGS 15-inrichtingen). De nieuwe versie van de Handleiding is te vinden op http://www.rivm.nl.
- Het wijzigen van tabel 3 van bijlage 1 van de Revi. In die tabel zijn afstanden vastgesteld die in acht genomen moeten worden bij PGS 15-inrichtingen. De afstanden zijn aangepast aan de overgang van CPR 15 naar PGS 15. Ook is de tabel niet meer beperkt tot stikstofpercentages tot 1,5%, maar bevat hij afstanden voor alle stikstofpercentages. Dit laatste omdat sinds de wijziging van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het stikstofpercentage geen onderscheidend criterium meer is voor categoriale en niet-categoriale inrichtingen.
Tot slot zijn enkele wijzigingen aangebracht die verband houden met de wijziging van het Bevi. Omdat bijvoorbeeld in het Bevi is bepaald dat voor alle lpg-tankstations vaste afstanden van toepassing zijn, is in de Revi de oude bovengrens voor de doorzet van 1.500 m3 per jaar vervallen. De grootste afstanden uit de tabellen zijn nu ook voor een doorzet groter dan 1.500 m3 van toepassing.
Zie ook:
- Revi III, inclusief de toelichting (pdf, 71 KB)
- Brief aan het bevoegd gezag (pdf, 27 KB)
- Informatiebrochure REVI III
Bekijk de geïntegreerde tekst van de Revi op http://www.wetten.nl.

