Biodiversiteit
Vraag en antwoord
- Wat is biodiversiteit?
- Hoe staat het met de biodiversiteit in Nederland?
- Waarom is biodiversiteit belangrijk?
- Wat zijn natuurlijke hulpbronnen?
- Wat zijn 'global commons' en hoe worden die beschermd?
- Kan biodiversiteit verdwijnen?
- Wat zijn oorzaken van het verlies van biodiversiteit?
- Is het verlies aan biodiversiteit een probleem?
- Hoeveel soorten worden met uitsterven bedreigd?
- Wat is de Rode Lijst?
- Hoe proberen overheden het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan?
- Wat gebeurt er in Europa?
- Wat zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn?
- Wat gebeurt er in Nederland?
- Wat is de Ecologische Hoofdstructuur?
- Wat doen andere departementen?
- Wat doet het ministerie van VROM?
- Wat wordt bedoeld met bioveiligheid?
- Wat betekent het ruimtelijke beleid voor biodiversiteit?
- Wat betekent het milieubeleid voor biodiversiteit?
- Wat betekent het klimaatbeleid voor biodiversiteit?
- Wat doen gemeenten en provincies?
- Wat doet het bedrijfsleven?
1. Wat is biodiversiteit?
Biodiversiteit is het leven om ons heen, in alle mogelijke soorten en vormen: dieren, planten en
micro-organismen. Ook de variatie binnen soorten (de genetische variatie) wordt tot biodiversiteit gerekend evenals de
verscheidenheid van levensgemeenschappen of ecosystemen zoals bijvoorbeeld bossen, heide, duinen, rivieren en zee.
Biodiversiteit staat eigenlijk voor de rijkdom aan leven om ons heen. Het is de natuur, en vooral de verscheidenheid
van die natuur. Vaak praat men over 'groen' of 'natuur' terwijl biodiversiteit wordt bedoeld. In het
beleid voor de landbouw wordt vaak gesproken over agrobiodiversiteit: de biodiversiteit die voorkomt op en om
boerenbedrijven.
2. Hoe staat het met de biodiversiteit in Nederland?
In Nederland is sprake van verlies aan biodiversiteit. Sinds 1900 is de soortenrijkdom met de helft afgenomen.
Deskundigen vinden dat de biodiversiteit in ons land rond 1900 relatief ongestoord was omdat er toen nog geen sprake
was van grootschalige verstedelijking, aanleg van wegen en milieuvervuiling.
3. Waarom is biodiversiteit belangrijk?
Allereerst geldt dat al het leven recht op leven heeft. Ieder onderdeel van de biodiversiteit is waardevol. Maar
daarnaast is biodiversiteit voor de mens ook onontbeerlijk. Mensen zijn afhankelijk van biodiversiteit omdat de
biodiversiteit hun de grondstoffen levert voor voedsel, energie en woningen. De biodiversiteit in de bodem helpt die
bodem in stand te houden. Bossen helpen om water en bodem vast te houden en zorgen zo voor bescherming tegen erosie en
overstromingen. Biodiversiteit helpt ons klimaat reguleren. Daarnaast is biodiversiteit een inspiratiebron voor mensen:
zij ontlenen er plezier en gezondheid aan.
4. Wat zijn natuurlijke hulpbronnen?
Natuurlijke hulpbronnen zijn hulpbronnen die in de natuurlijke omgeving worden gevonden. Sommige hulpbronnen kunnen,
als we er tenminste voorzichtig mee omgaan, steeds weer door de natuur worden aangevuld of hersteld. Die hulpbronnen
noemen we vernieuwbare hulpbronnen. Voorbeelden zijn een vruchtbare bodem, vis en hout. Het herstelvermogen neemt af
naarmate de levende natuur meer verstoord wordt: een vruchtbare bodem wordt onvruchtbaar, vissen verdwijnen door
overbevissing en hout wordt schaars omdat de bossen onzorgvuldig worden gekapt.
Zoet water is een andere vernieuwbare hulpbron die in de natuur vanzelf wordt aangevuld. Wordt er echter meer water
gebruikt dan dat er aan neerslag naar beneden valt, dan komt vroeg of laat het ecosysteem in gevaar. Dat is ook het
geval wanneer water op grote schaal vervuild wordt.
Niet-vernieuwbare hulpbronnen zijn mineralen, ertsen, gas en olie, bijvoorbeeld koper, lood, aluminium, ijzer, kwik,
zilver, goud, kolen, aardgas en aardolie. Hoewel deze hulpbronnen in principe kunnen opraken, wordt uitputting van de
voorraden in de meeste gevallen niet meer als het grootste probleem gezien (in tegenstelling tot de jaren zeventig).
Het is de manier waarop de grondstoffen gewonnen worden die tegenwoordig als het grootste probleem gezien wordt. De
verontreiniging of de ingreep in de natuur als gevolg van de winning van de hulpbronnen heeft lokaal grote gevolgen
voor de biodiversiteit. Het gebruik van deze hulpbronnen leidt bovendien vaak tot uitstoot van stoffen tijdens het
productieproces en tot een stroom afvalstoffen na gebruik.
5. Wat zijn 'global commons' en hoe worden die beschermd?
'Global commons' zijn gebieden die niet aan landen zijn toebedeeld, zoals oceanen en Antarctica. Omdat deze
gebieden niet onder een land vallen, is het extra moeilijk om goede afspraken te maken over de oplossing van problemen
als overbevissing, overexploitatie en vervuiling. Landen en organisaties willen deze gebieden beschermen door
internationale afspraken te maken over duurzaam beheer, naleving en handhaving. Zo zijn er zeer strenge beschermende
afspraken over Antarctica gemaakt.
6. Kan biodiversiteit verdwijnen?
Het is niet waarschijnlijk dat biodiversiteit in zijn geheel verdwijnt. Het zou betekenen dat leven op aarde
niet meer mogelijk is. Delen kunnen echter wel verdwijnen of zijn al verdwenen. Vaak merken of horen we dat pas als
soorten wereldwijd dreigen uit te sterven of al uitgestorven zijn. Maar een veel sluipender probleem is de plaatselijke
verdwijning van biodiversiteit, die maakt dat het ecosysteem uit balans raakt en minder goed functioneert. Dan gaat de
productiviteit van het ecosysteem achteruit, of de regulerende functies. Vaak merken we dat pas als het te laat is. De
natuur kan soms best een stootje hebben, maar als het fout gaat is het ook echt mis. Daarom is voorzichtigheid
geboden.
7. Wat zijn oorzaken van het verlies aan biodiversiteit?
Belangrijkste oorzaak voor het verlies van biodiversiteit is de directe aantasting van de leefgebieden, de zogenaamde
habitats. Denk aan het droogleggen van venen, het kappen van oerbos enzovoort. Maar ook de introductie van soorten in
een ecosysteem waar die soort vreemd is (exotisch) gaat vaak ten koste van de biodiversiteit. Ook vervuiling,
overbenutting (vis, hout) en klimaatverandering zijn belangrijke oorzaken.
8. Is verlies aan biodiversiteit een probleem?
Verlies aan soortenrijkdom is een probleem omdat het in bepaalde gevallen onomkeerbaar is en ecosystemen
veranderen wanneer een bepaalde soort verdwijnt. Hoe erg dat is, hangt weer af van de functie die de soort in het
ecosysteem heeft, en van de vraag of een andere soort die functie kan overnemen. Vergelijk het maar met een fabriek:
als er in de productieketen één schakel ontbreekt dan valt het systeem in duigen.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de productiefunctie, de regulatiefunctie en de informatiefunctie van
ecosystemen.
De productiefunctie slaat op het nut dat biodiversiteit voor de mens heeft als leverancier van hulpbronnen,
bijvoorbeeld vis of hout.
De regulatiefunctie houdt in dat de levende natuur een belangrijke rol speelt in kringloopsystemen, zoals de productie
van zuurstof, het instandhouden van bodemvruchtbaarheid en de afbraak van afvalstoffen. Het zijn vooral de minder
zichtbare soorten zoals insecten, bacteriën en schimmels die hierin een belangrijke rol vervullen. Maar ook een
heel systeem heeft regulatiefuncties. Een bijvoorbeeld hiervan is het mangrovebos. Mangrovebossen zijn kraamkamers voor
vissen die later in de omringende wateren gevangen worden. Garnalenkweek in mangroves blijkt een winstgevende
aangelegenheid te zijn. Het omzetten van kleine delen van het mangrovebos in garnalenvijvers heeft weinig invloed op de
lokale visserij. Verandert daarentegen het hele mangrovebos in een garnalenvijver, dan verdwijnt daarmee de kraamkamer
van de vissen en verdwijnen de vissen in de omringende wateren. Deze regulatiefunctie van het mangrovebos is niet
vervangbaar.
De informatiefunctie gaat over de esthetische waarde, de schoonheid van de natuur, en het belang van biodiversiteit
voor de wetenschap, cultuur, religie en beleving. Biodiversiteit is zo ook van belang voor recreatie en kan in sommige
streken een bron van inkomsten zijn door toerisme.
9. Hoeveel soorten worden met uitsterven bedreigd?
Volgens de internationale natuurorganisatie IUCN worden wereldwijd bijna 16.000 dier- en plantensoorten met uitsterven
bedreigd. Op de zogeheten Rode Lijst van bedreigde soorten (zie vraag 10) staat één op
de drie amfibieën, één op de acht vogelsoorten, een kwart van alle zoogdieren en ruim 8000
plantensoorten.
In Nederland zijn ongeveer 340 soorten die (ernstig) bedreigd zijn. Zij staan op de Rode Lijst en/of worden beschermd
op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijnen (zie Wetten en regels). Bedacht moet worden
dat dit waarschijnlijk een topje van de ijsberg is. Want er is over biodiversiteit nog veel onbekend. Wetenschappers
schatten dat er nog miljoenen soorten zijn die niet zijn beschreven en waarvan zij de functie niet kennen. Uitsterven
van soorten is een natuurlijk gegeven. Maar algemeen wordt op basis van onderzoek aangenomen dat het tempo van
uitsterven nu wel 1000 keer sneller gaat dan het 'natuurlijke' tempo.
10. Wat is de Rode Lijst?
De Rode Lijst is een lijst van soorten die in meer of mindere mate bedreigd worden. Er zijn Rode Lijsten voor
vogels en broedvogels (vogels die in Nederland alleen broeden), amfibieën en reptielen, zoetwatervis, dagvlinders
en landslakken. Zie voor vogels bijvoorbeeld http://www.sovon.nl. Bij het
maken van de lijst kijken de opstellers naar de betekenis van de soort wereldwijd, op de Europese en/of de Nederlandse
schaal, en de afhankelijkheid van de leefomgeving (bijvoorbeeld de afhankelijkheid van weidevogels van het
veenweidegebied). De lijsten worden ook in de Staatscourant gepubliceerd.
11. Hoe proberen overheden het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan?
Overheden en organisaties van verschillende landen hebben afspraken en plannen gemaakt om het verlies tegen te
gaan. Samen met 186 andere landen heeft Nederland in 1992 op de Conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling van de
Verenigde Naties in Rio de Janeiro het Verdrag inzake Biologische Diversiteit ondertekend. De landen hebben verklaard
om naast behoud van biodiversiteit ook duurzaam gebruik van biodiversiteit (genen, soorten en ecosystemen) na te
streven en een eerlijke verdeling van de baten en lasten bij duurzaam gebruik.
Hoewel het Biodiversiteitsverdrag natuurlijk het belangrijkste is, zijn er nog heel veel andere verdragen die helpen de
biodiversiteit te beschermen. Soms gaat dat over specifieke ecosystemen, zoals het Ramsarverdrag over wetlands, of over
specifieke typen dieren, zoals walvissen. Het CITES-verdrag regelt de handel in bedreigde diersoorten. Belangrijke
andere verdragen zijn het Klimaatverdrag en het Verdrag ter Bestrijding van Woestijnvorming (Parijs, 1994). In 2002
hebben de landen tijdens de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg afgesproken om het verlies van
biodiversiteit in 2010 fors te hebben teruggedrongen. Voor de teksten van de verschillende verdragen, zie Wetten en regels.
12. Wat gebeurt er in Europa?
De Europese Unie streeft er naar het verlies aan biodiversiteit uiterlijk in 2010 te hebben gestopt. Een ambitieuse
doelstelling, ook in vergelijking met de mondiale afspraken. De EU heeft het Biodiversiteitsverdrag ondertekend en
heeft een eigen Biodiversiteitsstrategie. Daarin staan de doelen. Deze zijn uitgewerkt in concrete actieplannen voor de
landbouw, de visserij, voor het beheer van natuurlijke hulpbronnen en voor het buitenlandse beleid van de EU. De
actieplannen zullen in de komende jaren worden geactualiseerd.
13. Wat zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnen?
De Vogel- en Habitatrichtlijnen (zie Wetten en regels) zijn twee Europese richtlijnen op
grond waarvan de biodiversiteit in de Europese Unie beschermd wordt. Voor bepaalde ecosystemen worden speciale
beschermingszones ingericht (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden), andere soorten zijn direct en ook buiten die speciale
gebieden beschermd. Alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden samen vormen uiteindelijk in Europa één groot
netwerk van beschermde gebieden: Natura 2000. De richtlijnen zijn succesvol; er zijn inmiddels veel gebieden
aangewezen, en sommige soorten, waaronder veel vogels nemen weer in aantal toe. Maar er blijft werk aan de winkel, want
andere soorten gaan nog steeds achteruit.
14. Wat gebeurt er in Nederland?
Ook in Nederland wordt er hard gewerkt om de biodiversiteit te beschermen en duurzaam te gebruiken. Daarbij
gaat het allereerst om het natuurbeleid, waarmee we een aantal gebieden beschermen in de Ecologische Hoofdstructuur
(zie vraag 15) en voor een aantal bijzondere soorten speciale beschermingsplannen
opstellen. In de landbouw wordt het agrarisch natuurbeheer aangemoedigd door de overheid (agrarisch natuurbeheer wil
zeggen dat een boer tijdens zijn werk rekening houdt met de planten en dieren op zijn land). Ook wordt er gewerkt aan
een duurzamer visserij. Er worden onderzoekprogramma's ingericht en veel maatschappelijke organisaties beheren
terreinen, voeren campagnes en informeren hun achterban over het belang van biodiversiteit en de bescherming van mooie
stukjes Nederland.
15. Wat is de Ecologische Hoofdstructuur?
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. De EHS wordt
aangelegd om de kwaliteit en levensvatbaarheid van natuurgebieden te verbeteren. Wateren kunnen ook onder de EHS
vallen, bijvoorbeeld de Waddenzee. Met de realisatie van de EHS kan het verlies aan soortenrijkdom worden tegengegaan.
In 2018 moet 700.000 hectare zijn gerealiseerd; het zal daarna nog zeker enige tijd duren voordat ook de
milieucondities overal voldoende zijn beschermd om de biodiversiteit duurzaam te behouden. Een groot deel van de
zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden valt samen met de EHS; deze gebieden moeten al in 2015 afdoende zijn
beschermd. De EHS is onderdeel van het grotere Europese netwerk Natura 2000.
16. Wat doen andere departementen?
Behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit is een zaak van veel ministeries, die dan ook intensief samenwerken. Het
ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is daarbij coördinerend. LNV zelf is verantwoordelijk
voor het natuurbeleid; daarnaast werkt het departement aan een schonere landbouw, die minder ten koste gaat van de
biodiversiteit en er juist beter gebruik van maakt. LNV werkt ook aan het tegengaan van overbevissing.
Armoede dwingt mensen in ontwikkelingslanden er soms toe om de natuurlijke hulpbronnen zodanig te gebruiken dat deze
uitgeput dreigen te raken. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, want de uitputting van natuurlijke hulpbronnen leidt op
zich weer tot nog meer armoede. Het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking (OS) werkt om die reden aan de
bescherming en het duurzaam gebruik van biodiversiteit: het helpt in de strijd tegen armoede.
De biodiversiteit in Nederland is vaak direct afhankelijk van water: moerassen, oevers, uiterwaarden, Noordzee en
Waddenzee bijvoorbeeld. Water heeft echter ook veel economische functies, zoals transport, visserij, recreatie en als
drinkwater. Door deze functies is het risico voor verlies van biodiversiteit groot. Voor het behoud en duurzaam gebruik
van biodiversiteit is het van groot belang zowel de kwantiteit als de kwaliteit van water goed te beschermen. Een van
de belangrijkste instrumenten om dat te doen is de Europese Kaderrichtlijn Water. Het ministerie van Verkeer &
Waterstaat is eerstverantwoordelijke voor het waterbeleid.
17. Wat doet het ministerie van VROM?
Het ministerie van VROM werkt aan het behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit in eigen land door middel
van het ruimtelijk ordeningsbeleid, het milieu- en het klimaatbeleid. Samengevat zou je kunnen zeggen dat VROM
verantwoordelijk is voor een aantal essentiële randvoorwaarden: voldoende ruimte van goede kwaliteit en een goede
milieukwaliteit. VROM stelt daartoe normen vast voor milieukwaliteit en voert brongericht en effectgericht beleid uit
om die milieukwaliteit ook te garanderen. Daarbij wordt intensief samengewerkt met andere ministeries en met de
provincies.
Biodiversiteit kan ook helpen om de milieukwaliteit te verbeteren. Zo kan door slim gebruik te maken van natuurlijke
vijanden in de landbouw menige plaag worden bestreden met een minimum aan bestrijdingsmiddelen. En een gezond
bodemleven zorgt voor een natuurlijke bodemvruchtbaarheid, waarmee heel wat kunstmestgift kan worden teruggedrongen.
Duurzaam gebruik van agrobiodiversiteit helpt mee aan een duurzame landbouw. Om die reden financiert VROM een groot
aantal experimenten door heel Nederland.
VROM helpt en stimuleert anderen ook om met biodiversiteit aan de slag te gaan. Zo is een proefproject uitgevoerd samen
met de provincie Zuid-Holland om burgers actief zelf beleid en projecten te laten bedenken (project Biodiversiteit
Hoeksche Waard: voor en door burgers, zie ook Publicaties). Ook worden instrumenten
ontwikkeld zoals het Beoordelingskader Biodiversiteit, een hulpmiddel waarmee bijvoorbeeld het bedrijfsleven beter
inzicht kan krijgen in de eigen bedrijfsvoering en het beslag op biodiversiteit (zie ook Publicaties).
VROM is ook verantwoordelijk voor de vergunningverlening over Genetisch gemodificeerde organismen (GGO's); ook de
handel en het transport van deze organismen en producten waar deze in kunnen zitten (bioveiligheid) valt daaronder. Het
gaat er daarbij om de risico's voor het milieu te minimaliseren; daarvoor zijn normen vastgelegd (zie ook dossier Biotechnologie).
Het ministerie van VROM heeft in het Vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP 4) verlies aan biodiversiteit als eerste
van de zeven grote milieuproblemen aangewezen. In het beleidsplan worden biodiversiteit en vernieuwbare hulpbronnen als
'de levensverzekering van huidige en toekomstige generaties' benoemd. Het ministerie wil deze levensverzekering
veiligstellen en vindt internationale samenwerking daarbij een voorwaarde. Daarom ontwikkelt het ministerie van VROM in
samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking een speciaal beleid, gericht op de
lange termijn (2030). Dit beleid heeft als naam 'Transitie Biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen'. Een
transitie is een veelomvattende verandering op lange termijn. Voor meer informatie over transities, zie dossier Duurzame ontwikkeling.
18. Wat wordt bedoeld met bioveiligheid?
Bioveiligheid komt ter sprake bij genetisch gemodificeerde organismen. Dit zijn organismen waarvan het genetisch
materiaal is veranderd op een wijze die van nature niet mogelijk is en die het vermogen bezitten dat genetisch
materiaal te vermenigvuldigen en/of over te dragen (zie dossier Biotechnologie). Met het
opstellen van een bioveiligheisprotocol wil men de biodiversiteit en de gezondheid van de mens beschermen bij
grensoverschrijdend vervoer van genetisch gemodificeerde organismen. Het protocol is 2003 in werking getreden. Tachtig
landen, waaronder Nederland, hebben de afspraken van het protocol omgezet in nationale wetgeving. Op basis van dit
protocol kunnen landen de invoer van genetisch gemodificeerde organismen weigeren. In 2004 is een eerste internationale
bijeenkomst gehouden van landen die het protocol ondertekend hebben. Voor meer informatie over het
bioveiligheidsprotocol, zie Wetten en regels.
19. Wat betekent het ruimtelijke beleid voor biodiversiteit?
Het ruimtelijk beleid draagt op verschillende manieren bij tot het behoud van biodiversiteit. Allereerst gebeurt dat
door natuurgebieden in Nederland te beschermen. In Nederland wordt een Ecologische Hoofdstructuur gerealiseerd; het is
daarbij van groot belang dat die een ruimtelijke samenhang vertoont, zodat het ook echt een netwerk is en soorten
voldoende 'bewegingsvrijheid' hebben. Maar ook buiten de natuurgebieden kan met het ruimtelijke beleid
bescherming worden geboden aan waardevolle landschappen en biodiversiteitswaarden. Het Nederlandse landschap bestaat
immers voor het grootste deel uit agrarische cultuurlandschappen. Deze landschappen staan onder grote druk van de
verstedelijking en de aanleg van wegen. Sinds 1960 neemt het agrarische cultuurlandschap in oppervlakte af. Al deze
ontwikkelingen leiden ertoe dat karakteristieke eigenschappen van gebieden en de daarbij behorende soorten verdwijnen.
Een grotere eenvormigheid van soorten is het gevolg. Voor het behoud van biodiversiteit is het tegengaan van deze
ontwikkelingen een stap in de goede richting. Met een gebiedsgerichte aanpak kan verstedelijking beter in het landschap
worden ingepast en kan versnippering geweerd worden.
20. Wat betekent het milieubeleid voor biodiversiteit?
Het milieubeleid is van groot belang voor het behoud van de biodiversiteit omdat de afname van biodiversiteit mede
veroorzaakt wordt door milieuvervuiling. VROM neemt daarom maatregelen om bijvoorbeeld de verzuring, verdroging,
vervuiling van grondwater en gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen. VROM doet dit niet alleen, maar in
samenwerking met de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Verkeer en Waterstaat, van Economische
Zaken en met provincies.
Overigens is het zo dat het milieubeleid niet alleen belangrijk is voor de biodiversiteit, het werkt ook andersom: de
biodiversiteit steekt met name door de regulerende functie van ecosystemen van nature al een handje toe om te komen tot
een schoner milieu. Bacteriën breken verontreinigingen af, insecten bestrijden elkaar waardoor plagen in de
landbouw geen kans krijgen. Biodiversiteit en milieukwaliteit: twee zijden van dezelfde medaille!
21. Wat betekent het klimaatbeleid voor biodiversiteit?
Het klimaatbeleid richt zich op het terugdringen van het versterkte broeikaseffect en beoogt de stijging van de
temperatuur zodanig geleidelijk te laten verlopen dat ecosystemen zich nog goed kunnen aanpassen. De aarde warmt zich
immers de laatste decennia sneller op dan ervoor, als gevolg van de uitstoot van CO2 en andere
broeikasgassen. De opwarming van de aarde heeft tot gevolg dat het klimaat verandert. Dat is ook in Nederland al een
beetje zichtbaar: de lente begint eerder en de herfst begint juist later. Dat heeft ook invloed op de biodiversiteit.
Koudeminnende soorten verdwijnen, warmteminnende soorten rukken op. Ook voedselketens worden verstoord, waardoor
bijvoorbeeld koolmezen niet genoeg voedsel kunnen vinden voor hun jongen. Voor meer informatie: http://www.natuurkalender.nl en http://www.mnp.nl/nl/publicaties/2006/Natuurbalans2006.html.
Bij de reductie van de uitstoot van broeikasgassen werkt VROM samen met het ministerie van Economische Zaken (EZ). Het
Ministerie van EZ is verantwoordelijk voor het energiebeleid en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. Voor
meer informatie: http://www.energietransitie.nl
22. Wat doen gemeenten en provincies?
Gemeenten en provincies kunnen veel doen aan biodiversiteit, bijvoorbeeld via de bestemmingsplannen en streekplannen.
Provincies hebben zelfs de formele taak om natuurgebieden als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur aan te wijzen
en de goede bescherming van die gebieden te garanderen. Maar daar hoeft het niet bij te blijven. Veel gemeenten hebben
een gemeentelijk ecoloog in dienst, die adviseert over de bescherming van de groene plekken in de gemeente. Want ook in
het hartje van de stad vinden veel planten en dieren een stekkie. Voldoende gevarieerd groen in de directe leefomgeving
is trouwens ook gewoon goed voor de gezondheid en het biedt de gelegenheid voor recreatie en ontspanning.
23. Wat doet het bedrijfsleven?
Het bedrijfsleven in Nederland is actief in het werken aan duurzame ontwikkeling, door maatschappelijk verantwoord
ondernemen. Verschillende bedrijven besteden daarbij heel nadrukkelijk ook aandacht aan biodiversiteit. De meeste
grote, beursgenoteerde bedrijven brengen tegenwoordig een Duurzaamheidsverslag uit. VROM en het ministerie van
Ontwikkelingssamenwerking werken samen met het Global Reporting Initiative, een organisatie die de eisen bepaalt voor
dergelijke verslaglegging, om te zorgen dat biodiversiteit daarin een volwaardige plaats krijgt.
24. Wat doet Nederland internationaal tegen verlies aan
biodiversiteit?
Samen met de ministeries van Ontwikkelingssamenwerking en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is in 2002 het
'Beleidprogramma biodiversiteit internationaal' opgesteld (zie Publicaties). Dit
programma bundelt al het Nederlandse beleid ten aanzien van biodiversiteit in het buitenland: behoud, duurzaam gebruik,
eerlijke toegang en verdeling, onderwijs, onderzoek, het komt allemaal aan bod. Op basis van dit programma wordt met
Nederlands geld een groot aantal activiteiten uitgevoerd in het buitenland.

