Bouwregelgeving
Bouwregelgeving algemeen
Bouwregelgeving algemeen
- Wanneer krijg ik te maken met de bouwregelgeving?
- Welke bouwregels zijn er?
- Wat is het doel van de bouwregelgeving?
- Wie stelt de bouwregelgeving op?
- Welke rol heeft de gemeente in de bouwregelgeving?
- Heeft de Europese regelgeving invloed op de Nederlandse bouwregelgeving?
- Wanneer is de Woningwet voor het laatst gewijzigd?
- Wat is het Gebruiksbesluit?
- Wanneer treedt het Gebruiksbesluit inwerking?
- Wordt het Bouwbesluit op termijn samengevoegd met het Gebruiksbesluit?
- Vanaf wanneer geldt de EPC-eis van 0,8?
- Wat wordt er van gemeenten verwacht op het gebied van handhaving van bouwregelgeving?
- Wat doet VROM om de gemeenten daarbij te helpen?
- Wat is het project 'Bouwen door Duitse aannemers in Nederland'?
- Wat is de praktijkproef gecertificeerde Bouwbesluittoets?
1. Wanneer krijg ik te maken met de bouwregelgeving?
De bouwregelgeving draait om het begrip bouwen. Wanneer u dus iets gaat bouwen of verbouwen krijgt u te maken met de bouwregelgeving.
2. Welke bouwregels zijn er?
De Woningwet vormt de kern van de bouwregelgeving. En dan met name de bouwparagraaf van deze wet. Onder de Woningwet hangen drie zogenoemde Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's):
- het Bouwbesluit met de bouwtechnische voorschriften waaraan bouwwerken moeten voldoen
- het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, waarin het bouwvergunningregime is uitgewerkt
- het Besluit Indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning, waarin staat hoe een bouwaanvraag moet worden ingediend.
Verder speelt ook de gemeentelijke welstandsnota, het bestemmingsplan en de bouwverordening een rol. Kijk voor een uitgebreide uitleg in de 'gids bouwregelgeving' op de introductiepagina van dit dossier.
3. Wat is het doel van de bouwregelgeving?
De bouwregelgeving is opgesteld om een veilige en gezonde gebouwde omgeving te waarborgen. Bouwwerken moeten immers niet alleen voldoen aan uw wensen en behoeften, maar mogen ook geen gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van anderen. De bouwregelgeving zorgt voor een minimumniveau; een hogere kwaliteit bouwen mag natuurlijk altijd. Daarnaast draagt de bouwregelgeving ook bij aan energiebesparing.
4. Wie stelt de bouwregelgeving op?
De regels op het gebied van bouwen worden opgesteld door de rijksoverheid in samenwerking met vertegenwoordigers van gemeenten, ontwerpers, bouwers en gebruikers van gebouwen.
5. Welke rol heeft de gemeente in de bouwregelgeving?
De gemeente zorgt er voor dat de bouwregelgeving goed wordt uitgevoerd en nageleefd. Zij zorgt voor de vergunningverlening, toetsing en handhaving van de regelgeving. Gemeenten mogen daarbij niet afwijken van de rijksregelgeving. Zij moeten wel in een bouwverordening en een welstandsnota op een aantal punten aanvullende voorschriften vastleggen. Ook moeten gemeenten in een bestemmingsplan aangeven op welke locaties wel of niet gebouwd mag worden.
6. Heeft de Europese regelgeving invloed op de Nederlandse bouwregelgeving?
Ja. Om een eerste stap te zetten in de harmonisatie van de Europese bouwsector is tien jaar geleden de Europese richtlijn voor bouwproducten opgesteld. Na een harmonisatie van ca. 1500 Europese normen werden ook de procedures voor de kwaliteitsborging van bouwproducten op Europees niveau geregeld. De lidstaten moeten deze richtlijn inpassen in hun bouwregelgeving. Zie verder het dossier CE-markeringen.
7. Wanneer is de Woningwet voor het laatst gewijzigd?
De laatste grote wijziging in de Woningwet heeft plaatsgevonden op 1 april 2007 (verbetering naleving, handhaving en handhaafbaarheid). Op 1 juli 2008 is de Woningwet aangepast aan de nieuwe Wet ruimtelijke ordening.
8. Wat is het Gebruiksbesluit?
De Woningwet schrijft voor dat gemeenten voorschriften over brandveilig gebruik van bouwwerken moeten opnemen in de gemeentelijke bouwverordening. Deze voorschriften verschillen per gemeente. Het 'Gebruiksbesluit brandveilige bouwwerken' , kortweg het Gebruiksbesluit genoemd, trekt op landelijk niveau de voorschriften voor het brandveilig gebruik van bouwwerken gelijk (uniformering).
In het Gebruiksbesluit, worden de brandveiligheidseisen voor iedereen in elke gemeente gelijk. Meer rechtsgelijkheid dus. Daarnaast wil VROM met de unformering ook het aantal gebruiksvergunningplichtige bouwwerken fors verminderen, met 80%. Dit verlaagt ook de administratieve lastendrukl.
Meer informatie is te lezen in het informatieblad 'Brandveiligheid - landelijke uniformering voorschriften brandveilig gebruik bouwwerken, te downloaden onder publicaties.
9. Wanneer treedt het Gebruiksbesluit inwerking?
Op 1 november 2008 treedt fase 1 van het Gebruiksbesluit in werking. Dan worden de voorschriften voor brandveilig gebruik uit de model-bouwverordening van de VNG overgeheveld naar landelijke regelgeving. Fase 2 van het Gebruiksbesluit betreft de afstemming van de bouwtechnische, installatietechnische en gebruikstechnische eisen. Deze afstemming wordt gerealiseerd in 2009.
10. Wordt het Bouwbesluit op termijn samengevoegd met het Gebruiksbesluit?
Ja. Dit zal naar verwachting in 2009 gebeuren. Om de regeldruk te verminderen werkt VROM/WWI aan een samenhangend pakket van wijzigingen van de bouwregelgeving. Dat pakket bestaat uit wijziging van het Bouwbesluit 2003 en invoering van de tweede fase van het Gebruiksbesluit. In de zomer van 2008 zal een ambtelijk werkdocument op de VROM-site gepubliceerd worden met de voorgenomen wijzigingen van het Bouwbesluit 2003. Dit document vormt het uitgangspunt voor de samenvoeging van Bouwbesluit en Gebruiksbesluit. Alle belanghebbenden worden daarmee uitgenodigd om commentaar te leveren. Download kamerbrief van 29 april 2008 over wijziging Woningwet.
11. Vanaf wanneer geldt de EPC-eis van 0,8?
De aangescherpte energieprestatiecoƫfficient (EPC) van 0,8 voor de woningbouw geldt vanaf 1 januari 2006. Hierover was onduidelijkheid ontstaan omdat het besluit waarin die eis was vastgelegd, niet was aangemeld (genotificeerd) bij de Europese Commissie.
In het Staatsblad van 27 juni is het genotificeerde besluit over de aanscherping van de EPC van 1,0 naar 0,8 gepubliceerd. Dit besluit vervangt met ingang van 15 augustus het eerdere besluit dat niet in Brussel was aangemeld.
De niet-notificatie was een procedurele fout. Deze fout leidt niet automatisch tot ongeldigheid van de aangescherpte norm. Een notificatiegebrek leidt volgens de jurisprudentie van het Europese Hof tot niet-toepasselijkheid van de technische voorschriften (zoals in dit geval de aangescherpte EPC) voorzover zij het gebruik of de verhandeling belemmeren van een product dat niet aan die eis voldoet. De Europese Commissie heeft overigens bij de notificatie van het nieuwe besluit geen opmerkingen gemaakt. Bij de verlening van bouwvergunningen dient dan ook steeds de aangescherpte norm te worden gehanteerd.
12. Wat wordt er van gemeenten verwacht op het gebied van handhaving van bouwregelgeving?
Met Woningwet die per 1 april 2007 in werking is getreden worden gemeenten verplicht een handhavingsbeleid voor de bouwregelgeving vast te stellen. De verplichting houdt in dat colleges van burgemeester en wethouders inzicht geven in de frequentie en de intensiteit van het toezicht op de naleving van de bouwregelgeving. Gemeenten leggen hun plannen vast in een handhavingsbeleidsplan en leggen jaarlijks hierover verantwoording af aan de gemeenteraad.
13. Wat doet VROM om de gemeenten daarbij te helpen?
Om gemeenten te helpen bij het opstellen van een handhavingsbeleid bouwregelgeving is door VROM een Handreiking handhavingsbeleid bouwregelgeving opgesteld. Het concept van deze handreiking is eerst 'getest' bij negen pilotgemeenten. VROM faciliteerde daarbij per gemeente een tweedaagse workshop waarin gezamenlijk de grondslagen van het handhavingsbeleid werden gelegd. De gemeenten werkten dit vervolgens zelf verder uit; VROM bleef slechts sparringpartner in dat proces.
Alhoewel een handhavingsbeleid natuurlijk verschillend is per gemeente, kunnen de handhavingsbeleidsplannen van andere gemeenten als voorbeeld worden gebruikt. Daarom kunnen de plannen van de pilot-gemeenten hier worden gedownload.
14. Wat is het project 'Bouwen door Duitse aannemers in Nederland'?
In 2004 waren er indicaties dat woningen die in Nederland door Duitse aannemers gebouwd worden, niet zouden voldoen aan de Nederlandse bouwregelgeving. Naar aanleiding van deze signalen heeft de branchevereniging Bouwend Nederland een studie uitgevoerd over dit onderwerp, onder de titel 'Concurrentie Duitse huizenbouwers in Groningen en Drenthe'. Conclusie van de studie was, dat er verschillen zijn in bouwmethoden en materiaalgebruik tussen Nederland en Duitsland, waardoor Duitse bouw soms tot 30 procent goedkoper is. Niet in alle gevallen zou er voldaan worden aan de Nederlandse bouw- en arbowet- en regelgeving. Het rapport was voor de kamerleden Hofstra en Veenendaal aanleiding om Kamervragen te stellen. De VROM-Inspectie zag in deze signalen een potentieel risico voor de leefomgeving. Daarom heeft de VROM-Inspectie in 2005 het project 'Bouwen door Duitse aannemers in Nederland' gestart. Het onderzoek wil duidelijkheid creƫren in de kwestie of de woningbouw door Duitse aannemers wel of niet voldoet aan de Nederlandse eisen in wet- en regelgeving. Naar verwachting verschijnt het gezamenlijke rapport van de VROM-Inspectie en de Arbeidsinspectie in de zomer van 2006.
15. Wat is de praktijkproef gecertificeerde Bouwbesluittoets?
Met deze praktijkproef worden de mogelijkheden van een wettelijke certificeringregeling onderzocht, waarbij bouwplantoetsing ook mogelijk wordt voor private partijen. Daarbij gaat het er uitdrukkelijk niet om te komen tot een verplichting bouwplannen altijd onder certificaat te toetsen op de Bouwbesluitvoorschriften, maar een keuze te scheppen voor de bouwaanvrager zijn bouwplan door een certificaathouder of door de gemeente te laten toetsen.
Eerste fase
In de eerste fase van de praktijkproef (begonnen in september 2004) hebben 21 adviesbureaus en gemeenten getoetst of de voor de proef ontwikkelde concept-Beoordelingsrichtlijn (BRL) in de praktijk werkbaar is. Daartoe zijn de deelnemende bedrijven en gemeenten beoordeeld door een certificerende instelling en hebben ze een viertal bouwplannen moeten toetsen. Op deze manier is onderzocht of (proef)gecertificeerde organisaties bouwplannen daadwerkelijk op correcte wijze aan het Bouwbesluit toetsen. Daaruit bleek dat private partijen die voldoen aan de kwaliteitseisen uit de BRL een goede, gedegen Bouwbesluittoets uitvoeren. Wel blijkt dat er, om een veelheid aan redenen, op sommige punten geen eenduidigheid bestaat in de toetsingsrapportages. Op 28 september 2005 is de eerste fase van de proef afgerond met het uitreiken van een "certificaat van deelname" aan de deelnemende organisaties. Dit certificaat van deelname zou, als de concept-BRL in de toekomst formeel vastgesteld wordt, na een verkorte herhalingsonderzoek omgezet kunnen worden in een formeel certificaat.
Tweede fase
In de tweede fase van de proef is bekeken wat een certificeringsregeling in de praktijk zou betekenen. Dit kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor doorlooptijden en legesheffingen. Daarnaast is in de tweede fase een aantal real-life toetsen uitgevoerd: (proef-)gecertificeerde, private toetsers hebben een bouwplan binnen de normale procedure en parallel aan de gemeente getoetst. Daarbij bleken er in principe weinig tot geen problemen in de praktijk. De deelnemende gemeenten hebben tevens enthousiast gereageerd op de toetsrapportage en zijn positief over een systeem van bouwplantoets onder certificaat.
Derde fase
In deze derde fase van de proef worden voorbereiding getroffen voor wettelijke implementatie van een certificeringsregeling voor de Bouwbesluittoets. Vooruitlopend daarop kunnen gemeenten en bouwpraktijk ook nu al aan de slag met de gecertificeerde Bouwbesluittoets. Hoe dat kan en waarom men dat zou willen is te lezen in het informatieblad.

