1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Wonen
  4. Ventilatie en gezondheid

Ventilatie en gezondheid

Vraag en antwoord

  1. Wat is binnenmilieu?
  2. Hoe ontstaat een slecht binnenmilieu?
  3. Welke gezondheidsklachten kunnen worden veroorzaakt door een slecht binnenmilieu?
  4. Wat moet je doen als je gezondheidsklachten hebt en denkt dat die samenhangen met het binnenmilieu?
  5. Hoe staat het met het binnenmilieu op scholen?
  6. Hoe staat het met het binnenmilieu in woningen?
  7. Wat zijn bronnen van een slechte luchtkwaliteit in woningen en andere gebouwen?
  8. Waar komen verbrandingsgassen in huis vandaan?
  9. Welke rol speelt de huisstofmijt in het binnenmilieu?
  10. Hoe weet je of je huis (of gebouw) te vochtig is?
  11. Waar komen de chemische stoffen in huis vandaan?
  12. Hoe zit het met straling in huis?
  13. Hoe zit het met geluid?
  14. Hoe kun je geluidsoverlast verminderen?
  15. Hoe kun je zorgen voor een gezond binnenmilieu?
  16. Hoe zorg je voor een goede ventilatie?
  17. Hoe kun je verbrandingsgassen van open verbrandingstoestellen afvoeren?
  18. Hoe hou je de kwaliteit van het binnenmilieu intact bij energiebesparende maatregelen?
  19. Welke ventilatiesystemen zijn er?
  20. Is de afstelling van het ventilatiesysteem belangrijk?
  21. Hoe moet je een ventilatiesysteem gebruiken?
  22. Heeft een ventilatiesysteem onderhoud nodig?
  23. Hoe kun je de lucht verversen als het ventilatiesysteem uitvalt?
  24. Hoe stimuleert de overheid dat het binnenmilieu in woningen verbetert?
  25. Wat doet de overheid om het binnenmilieu op basisscholen te verbeteren?
  26. Is er extra geld beschikbaar gekomen voor het binnenmilieu in scholen?
  27. Wat vindt de Gezondheidsraad van het binnenmilieu op scholen?
  28. Wat vindt de Rijksbouwmeester van het binnenmilieu op scholen?
  29. Hoe staat het met het binnenmilieu in kindercentra?
  30. Wat doet de overheid om het binnenmilieu in kindercentra te verbeteren?

1. Wat is binnenmilieu?

Binnenmilieu is een verzamelnaam van factoren in een gebouw die de gezondheid kunnen beïnvloeden. De kwaliteit van het binnenmilieu wordt o.a. bepaald door:

  • de luchtkwaliteit binnenshuis en buiten;
  • straling;
  • geluid;
  • de temperatuur;
  • de concentraties van schadelijke stoffen die veroorzaakt worden door o.a. uitstoot (emissies) uit consumentenartikelen, bouwmaterialen, inrichting en open-verbrandingstoestellen (zoals geisers zonder afvoer naar buiten);
  • het vochtgehalte in de binnenlucht;
  • de aanwezigheid van schimmels (vochtplekken) en huismijt;
  • de mate van ventilatie.

2. Hoe ontstaat een slecht binnenmilieu?

Elke dag produceren bewoners, huisdieren en planten gemiddeld ongeveer 10 liter vocht in een huis. Ook raakt de lucht vervuild door open-verbrandingstoestellen, kookluchtjes, rook en stoffen die bijvoorbeeld allergieën kunnen veroorzaken. Er kunnen stoffen vrijkomen uit bouwmaterialen, meubels en vloerbedekking. Die stoffen komen vooral vrij bij nieuwe producten. Door goed te ventileren, worden schadelijke stoffen afgevoerd. Een te hoge binnentemperatuur kan in de zomer bijvoorbeeld ontstaan door afwezigheid van zonwering buiten, platte daken en/of gebrek aan mogelijkheden om de warmte 's avonds en 's nachts af te voeren. Een remedie hiertegen is ’s nachts goed te ventileren en zo mogelijk het wijd open zetten van de ramen.

3. Welke gezondheidsklachten kunnen worden veroorzaakt door een slecht binnenmilieu?

De gezondheidsklachten die kunnen ontstaan, zijn verschillend van aard. Afhankelijk van het specifieke binnenmilieuprobleem variëren de klachten van geïrriteerde slijmvliezen tot, in het uiterste geval, kanker of koolmonoxidevergiftiging. Koolmonoxidevergiftiging wordt meestal veroorzaakt door slecht werkende open-verbrandingstoestellen zoals afvoerloze geisers in combinatie met te weinig ventilatie. Een ernstige koolmonoxidevergiftiging is dodelijk. Een minder ernstige koolmonoxidevergiftiging kan verschillende gezondheidsklachten tot gevolg hebben, zoals hoofdpijn, duizelingen en concentratiestoornissen. Klachten zoals geïrriteerde ogen, vermoeidheid en hoofdpijn ontstaan als er tijdelijk niet genoeg geventileerd wordt.

Een te hoge binnentemperatuur (in het bijzonder bij hittegolven) kan vooral bij ouderen, chronisch zieken of baby's leiden tot uitdroging en in het uiterste geval sterfte. Wanneer het binnenmilieu lange tijd slecht is, kan dit leiden tot ziektebeelden als luchtwegaandoeningen, astma en allergieën. Vocht (en de door het vocht optredende schimmels) in het binnenmilieu verergert de al aanwezige luchtwegklachten (bijvoorbeeld astma of chronische bronchitis) bij mensen. Het is nog onduidelijk of vocht deze klachten ook direct kan veroorzaken.

 

4. Wat moet je doen als je gezondheidsklachten hebt en denkt dat die samenhangen met het binnenmilieu?

Ventileer constant en neem bij aanhoudende klachten contact op met uw huisarts of de medisch milieukundige van de GGD.

5. Hoe staat het met het binnenmilieu op scholen?

Uit diverse onderzoeken blijkt dat het binnenmilieu op basisscholen verbeterd kan worden. Een ongezond binnenmilieu leidt tot gezondheidsklachten en er zijn signalen dat het slecht ventileren van invloed is op de leerprestaties. Uit de onderzoeken blijkt dat de problematiek zich concentreert op luchtkwaliteit, temperatuur en geluid (van buiten en binnen). Door onvoldoende ventilatiemogelijkheden (bouwtechnisch) dan wel slecht gebruik van bestaande ventilatiemogelijkheden (gedrag) is de luchtkwaliteit in veel klaslokalen niet goed. Een indicatie voor de mate van ventilatie geeft de CO2 (kooldioxide)-concentratie van 1200 ppm (ppm = deeltjes per miljoen). Deze waarde, waarop de voorschriften voor nieuwbouw in het Bouwbesluit 2003 gebaseerd zijn, wordt veelvuldig overschreden. In de zomer is de temperatuur in klaslokalen vaak te hoog. Bij geluid gaat het zowel om hinder door het geluid van de ventilatiesystemen als geluid van naastgelegen lokalen of van buiten.
Hebt u als ouder weet van een ongezond binnenmilieu op de school van uw kind neem dan contact op met de directeur, oudercommissie of medezeggenschapsraad (MR). De directie van de school is eerstverantwoordelijk voor een goede kwaliteit van het binnenmilieu. De GGD kan indien nodig advies geven over verbetering van de kwaliteit van het binnenmilieu op school.

6. Hoe staat het met het binnenmilieu in woningen?

Om een beeld te krijgen van de gezondheidskundige kwaliteit van de woningen in Nederland heeft het ministerie van VROM verschillende onderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken waarvan de eerste eindrapportage in 2007 verscheen en de tweede in 2010, blijkt dat in veel woningen hoge concentraties van slechte stoffen te vinden zijn. In 12% van de onderzochte woningen werden ernstige defecten aan gas- en elektratoestellen, zoals afvoerloze geisers en cv-ketels, geconstateerd. In nieuwbouwwoningen kwam naar voren dat in veel gevallen de benodigde ventilatiecapaciteit niet werd gehaald.

7. Wat zijn bronnen van een slechte luchtkwaliteit in woningen en andere gebouwen?

Als het muf ruikt in een ruimte is dat vaak een signaal dat er niet genoeg wordt geventileerd. Hierdoor kan zich ook vocht ophopen. Er zijn vele bronnen die invloed hebben op de luchtkwaliteit in huis, op school of in kindercentra:

  • verbrandingsproducten (bijvoorbeeld de stoffen die een slecht functionerende, afvoerloze geiser produceert) - hoe meer de verbrandingsgassen rechtstreeks via een afvoerpijp uit het toestel naar buiten worden afgevoerd, hoe beter de luchtkwaliteit binnen;
  • vocht - bij koken, douchen en afwassen komt waterdamp vrij;
  • huisstofmijt - o.a. huisdieren zijn veroorzakers van huisstofmijt;
  • schimmels;
  • roken - roken is de sterkste vervuiler van de binnenlucht;
  • chemische stoffen - uit bouwmaterialen en consumentenproducten kunnen schadelijke stoffen vrijkomen (zoals vluchtige organische stoffen, formaldehyde, asbest en radon);
    meer info: zie de dossiers
    Asbest en Radon
  • fijnstof;
  • inpandige garages (waardoor benzeendampen in de woning kunnen komen);
  • uitstoot van schadelijke stoffen door bepaalde bedrijven naast of boven de woning of gebouw, zoals stomerijen en garagebedrijven.

Deze opsomming is niet uitputtend. Zo vervuilen mensen ook zelf het binnenmilieu, doordat ze ademen (waardoor kooldioxide vrijkomt). Ook lichaamsgeur en het vocht dat mensen verdampen is van invloed op de binnenluchtkwaliteit. Verder is natuurlijk ook de luchtkwaliteit buiten van belang.

Hoe beter een gebouw geventileerd wordt hoe beter de binnenluchtkwaliteit is, omdat de vervuilende stoffen door ventilatie worden afgevoerd.

Doe de woon ik wel gezond-test: www.vrom.nl/woonikwelgezond

 

8. Waar komen verbrandingsgassen in huis vandaan?

Toestellen voor verwarming, maar ook sommige toestellen voor warm water, zoals geisers, hebben zuurstof nodig voor een goede verbranding. Bij te weinig zuurstof is de verbranding onvolledig en komt koolmonoxide vrij die bij inademing giftig is en zelfs dodelijk kan zijn. Dit komt vooral voor bij oudere installaties die geen afvoerpijp naar buiten hebben.
Verbrandingsgassen komen ook in huis vrij bij het gebruik van een open haard, branden van kaarsen en koken op gas.

 

9. Welke rol speelt de huisstofmijt in het binnenmilieu?

Allergische reacties en astma, chronische bronchitis en longemfyseem worden verergerd in gebouwen waar veel huismijt aanwezig is. Dat zijn meestal gebouwen waar weinig wordt geventileerd, die relatief vochtig zijn en die moeilijk of te weinig worden schoongehouden. Vier op de vijf woningen heeft een concentratie huisstofmijt die gezondheidseffecten kan veroorzaken. In huizen waarin huisdieren wonen, komt meer huisstofmijt voor. De huisstofmijt is een klein spinachtig beestje, dat met het blote oog nauwelijks zichtbaar is. Het leeft in huisstof. Het voedt zich met huidschilfers van mensen en dieren en houdt van een vochtige omgeving. De huisstofmijt bevindt zich vooral in vochtige spullen als textiele vloerbedekking, beschimmelde muren, matrassen, kussens, pluche knuffelbeesten en gestoffeerd meubilair.
Zorg in elk geval dat er zo weinig mogelijk stoffige en vochtige plekken ontstaan in huis. Vooral de combinatie van die twee is funest. Goed ventileren speelt daarbij uiteraard een belangrijke rol. Ook helpt het regelmatig buitenhangen van uw beddengoed en het keren van uw matras. Vooral de slaapkamer is belangrijk, omdat kinderen daar veel tijd doorbrengen.

 

10. Hoe weet je of je huis (of gebouw) te vochtig is?

Vochtproblemen kunt u al in een vroeg stadium signaleren. Ruiten (enkelglas) blijven langdurig beslagen en het ruikt bedompt in huis. Ook ontstaan er zwarte schimmelplekken op de muur en laat het behang los. Een vochtige woning is oncomfortabel. Het voelt er kil en koud aan, ook al stookt u flink. De vochtigheid van de lucht in je woning meet je met een hygrometer. Een relatieve luchtvochtigheid van 60 tot 70 procent is goed. Boven de 80 procent is de lucht te vochtig. Dit bevordert de groei van schimmels en huisstofmijten, die op hun beurt tot allergische reacties kunnen leiden.
Vochtproblemen kunnen worden veroorzaakt door optrekkend vocht, condensatie van vocht, zogenoemde koudebruggen (muren, ramen of vloeren die kouder zijn dan elders in het huis waardoor vocht op die plekken condenseert) en/of onvoldoende ventilatie.
Bij een lage relatieve luchtvochtigheid (circa 30%) kunnen klachten optreden van elektrostatische ontladingen en een droge huid en slijmvliezen. Uit recent onderzoek in 1240 woningen blijkt dat vochtproblemen afnemen en er tijdens het stookseizoen eerder klachten over te droge lucht zijn.

 

11. Waar komen de chemische stoffen in huis vandaan?

Chemische stoffen kunnen op verschillende manieren in het binnenmilieu terecht komen. Denk aan schilderen of verbouwen. Ook bouw- en inrichtingsmaterialen en consumentenproducten bevatten chemische stoffen. Deze stoffen komen langzaam vrij in het binnenmilieu en worden door ventilatie afgevoerd. Het kan weken tot maanden duren tot de concentratie van deze stoffen tot een onschadelijk niveau is gedaald. Goede ventilatie is noodzakelijk als u verft, verbouwt of uw huis opnieuw inricht. Met ventilatie worden de schadelijke stoffen afgevoerd. Goed ventileren is 24 uur per dag ventileren.

Baby's zijn extra gevoelig voor chemische stoffen, die kunnen vrijkomen uit bijvoorbeeld recent aangebrachte verf of nieuwe inrichting van de babykamer. Zeker wanneer de babykamer niet goed wordt geventileerd, kan de baby aan te hoge hoeveelheden schadelijke stoffen blootgesteld worden.

 

12. Hoe zit het met straling in huis?

In het binnenmilieu kunnen verschillende stralingsbronnen aanwezig zijn, zoals radon, thoron en elektromagnetische velden. Radon en thoron ontstaan uit radium, dat van nature voorkomt in vrijwel elke bodemsoort. Het zit dus ook in steenachtige bouwmaterialen zoals beton, baksteen en ook in pleisterlagen. Omdat radon en thoron gasvormig zijn, ontsnapt een deel uit de bouwmaterialen en de bodem en komt vervolgens vrij in het gebouw. Straling van ingeademde vervalproducten van radon en thoron beschadigen het longweefsel. Dit verhoogt het risico op longkanker. Rokers lopen extra gevaar. Deels komt dat omdat er door roken meer stofdeeltjes in het binnenmilieu vrijkomen, waar radondochters zich aan kunnen binden. Maar ook is het zo dat de schadelijke gezondheidseffecten van tabaksrook en radon/thoron elkaar versterken. Blootstelling aan radon leidt volgens een schatting van de Gezondheidsraad uit 2000 tot 800 extra gevallen van longkanker per jaar in Nederland (spreiding 100-1200). Uit recent RIVM-onderzoek (Ref.?) blijkt echter dat de radonconcentraties in woningen lager zijn dan destijds werd ingeschat. Maar mogelijk zijn de thoronconcentraties hoger. Dat wordt nog nader onderzocht. Wat dit betekent voor het totale aantal longkankergevallen in Nederland is nog onduidelijk.

Elektrische apparatuur die binnenshuis gebruikt wordt maar ook bronnen buitenshuis zoals basisstations voor mobiele telefonie en hoogspanningslijnen, veroorzaken in huis elektromagnetische velden (EM). EM-velden worden onderverdeeld in extreem-laagfrequente velden (0-300 Hz) en radiofrequente velden (300 Hz - 300 GHz). Huishoudelijke apparaten die deze velden veroorzaken zijn o.a. stofzuigers, magnetrons, wekkerradio's, waterbedden en mobiele telefoons. Ook de bedrading in huis veroorzaakt EM-velden. Blootstelling aan laagfrequente velden kan op korte termijn leiden tot onwillekeurige spiersamentrekkingen, lichtflitsen in het oog en hartritmestoornissen. Blootstelling aan radiofrequente velden kan leiden tot opwarming van het bestraalde weefsel. Die effecten treden op korte termijn op, maar alleen bij hoge blootstellingniveaus. Dergelijke blootstellingniveaus komen in de praktijk bijna niet voor.

Alleen in enkele arbeidssituaties worden de EU-advieswaarden overschreden. Of er een verband is tussen deze velden en effecten zoals hoofdpijn en slaapverstoring is niet bewezen. Dat geldt ook voor mogelijke langetermijneffecten van radiofrequente velden zoals kanker.

Kijk voor meer informatie over straling op de website van het ministerie van SZW www.szw.nl.

 

13. Hoe zit het met geluid?

Ook geluidniveaus waar bewoners hinder van ondervinden zoals te hoge geluiden worden tot de kwaliteit van het binnenmilieu gerekend. Geluidshinder kan voortkomen uit toestellen en installaties binnenshuis (audio-installaties, mechanische ventilatie, toilet e.d.) of van buiten. Ook burenlawaai is een fenomeen waar veel mensen last van hebben, al bestaan hiervoor uiteraard geen wettelijke normen. Meer info over burenlawaai op http://www.vrom.nl/pagina.html?id=42791

14. Hoe kun je geluidsoverlast verminderen?

Het geluid van mechanische ventilatiesystemen kan als hinderlijk worden ervaren, waardoor mensen het systeem enkel op de laagste stand of zelfs helemaal uit zetten. Dit kan leiden tot een ongezonde binnenlucht. Ventilatiesystemen kunnen met relatief eenvoudige maatregelen stiller gemaakt worden (informeer bij installateur of eigenaar van het gebouw).
Ook bestaan er oplossingen om voor een goede ventilatie te zorgen als er buiten veel lawaai is. Er kunnen dan suskasten worden gebruikt die geluid buiten houden en frisse lucht doorlaten.
De handreiking Burenlawaai (http://www.vrom.nl/pagina.html?id=42791) is in eerste instantie bedoeld voor mensen die beroepsmatig met burenlawaai te maken hebben (gemeenten, politie, verhuurders). Maar ook als u zelf last heeft van burenlawaai, kunt u de handreiking raadplegen om tot tips en maatregelen te komen voor uw specifieke situatie. Meer informatie vindt u in het dossier Geluidoverlast .

15. Hoe kun je zorgen voor een gezond binnenmilieu?

Omdat er veel bronnen zijn die het binnenmilieu beïnvloeden zijn er ook verschillende maatregelen die u kunt treffen om het binnenmilieu te verbeteren. In het algemeen geldt dat u moet zorgen voor een goede ventilatie en voor het zo veel mogelijk beperken van vervuilende bronnen.
Indien u een nieuwe of andere woning op het oog heeft, laat u dan informeren over de kwaliteit van de woning t.a.v. geluid, ventilatiemogelijkheden, thermisch comfort en het onderhoud dat hierbij behoort. Het komt regelmatig voor dat ventilatie-installaties bij oplevering van een gebouw of woning te veel geluid maken en te weinig lucht verversen. Op de site www.mijnhuisinstallatie.nl kunt u verschillende gebruikershandleidingen lezen en afdrukken, zodat u een indruk hebt hoe u de installaties in uw woning goed zou kunnen gebruiken en onderhouden.
In een bestaande woning is het van belang dat u de ventilatievoorzieningen goed gebruikt en onderhoudt.

Goed ventileren in uw woning is belangrijk. Andere maatregelen waar u aan kunt denken zijn:

  • aanbrengen van goede zonwering;
  • onderhoud van installaties (zoals verwarmingsketel, geiser en ventilatie-installatie) door een gespecialiseerd installatiebedrijf;
  • vervangen van afvoerloze verbrandingstoestellen door toestellen met een afvoer naar buiten;
  • goed schoonhouden van vloerbedekking en gordijnen;
  • tijdens en na koken, douchen of verfwerkzaamheden extra ventileren;
  • binnen niet roken;
  • aanpakken van vochtproblemen;
  • aanpakken van geluidsproblemen;
  • open-haard alleen stoken met daarvoor geschikt droog hout;
  • in uw garage of schuur geen motorvoertuig stallen als de garage of schuur direct grenst aan uw woning en er geen aparte ventilatie in de garage of schuur is;
  • een babykamer niet vlak voor de geboorte van de baby verven en inrichten. Eerst voor ingebruikname ervan heel goed ventileren over een langere periode (voor meer informatie zie www.eenveilignest.nl).

16. Hoe zorg je voor een goede ventilatie?

Goed ventileren is 24 uur per dag ventileren. Laat daarom dag en nacht voldoende ventilatieroosters en klepraampjes open. Zorg ook voor uw eigen veiligheid door het plaatsen van anti-inbraakstangen zodat u nooit alles hoeft af te sluiten.
Ook als u in een buurt met veel luchtvervuiling woont, is het beter om te ventileren. De binnenlucht is namelijk bijna altijd vuiler dan de buitenlucht. Als uw woning aan een drukke weg ligt, is het raadzaam de ramen zo veel mogelijk te openen aan de kant waar de buitenlucht het schoonst is, dus aan de achterkant.
Als uw woning goed geïsoleerd is, is het extra belangrijk goed te ventileren. Indien er een ventilatiesysteem in het gebouw of de woning aanwezig is, zie de vragen onder het kopje 'ventilatiesystemen'

17. Hoe kun je verbrandingsgassen van open verbrandingstoestellen afvoeren?


Een goede afvoer van verbrandingsgassen is noodzakelijk. Goed en regelmatig onderhoud van deze toestellen (b.v. geisers) door een vakman verkleint de kans op dit soort problemen. Voldoende ventilatie verkleint de kans op gezondheidsklachten.
Het is altijd goed om een koolmonoxidedetector (CO-melder) op te hangen in een ruimte met één van deze toestellen. De detector waarschuwt u als de hoeveelheid koolmonoxide een gevaarlijk niveau bereikt. Het is ook veiliger afvoerloze verbrandingstoestellen te vervangen door toestellen met een afvoer naar buiten.

Zie voor meer informatie het dossier I
nstallaties in huis.

18. Hoe hou je de kwaliteit van het binnenmilieu intact bij energiebesparende maatregelen?

Energiebesparende maatregelen dienen enerzijds het energiegebruik te beperken, zoals van verwarming, verlichting en elektrische apparatuur. Anderzijds dienen ze het energieverlies te verminderen, bijvoorbeeld door isolatie.|
Het is voor de kwaliteit van het binnenmilieu van belang om koude oppervlakten te voorkomen, want daar kan vocht (door condensatie) en schimmelgroei ontstaan. Ook is het belangrijk om het huis 24 uur per dag te ventileren. Koude oppervlakten zijn te vermijden door ze voldoende te isoleren.
Tegelijk ventileren en energie beperken lijken moeilijk te combineren. Toch hebben die een goede relatie met elkaar. Want de ventilatie voert vochtige (en verontreinigde) binnenlucht naar buiten. Zo wordt de lucht in het huis droger, en omdat droge lucht sneller opwarmt dan vochtige lucht, kost het opwarmen dus minder energie.
Vanzelfsprekend kost het verwarmen van verse buitenlucht in koude tijden ook energie. Dat kan worden gereduceerd door bij mechanische ventilatie gebruik te maken van warmteterugwinning (bv een warmtewisselaar) om de lucht van buiten voor te verwarmen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat bewoners vochtige lucht minder fris en comfortabel vinden. Continu ventileren is dus gezonder en zeker zo comfortabel.
Het is belangrijk na te gaan of er sprake is van verbrandingstoestellen die voor de verbrandingslucht afhankelijk zijn van de ventilatievoorzieningen. Zijn die voorzieningen na het nemen van energiebesparende maatregelen onvoldoende, dan bestaat de kans op koolmonoxidevergiftiging.

 

19. Welke ventilatiesystemen zijn er?

Vroeger werden gebouwen altijd natuurlijk geventileerd: de buitenlucht kwam door ramen of kieren het gebouw binnen en de binnenlucht werd ook zo afgevoerd. Vanaf de jaren zeventig werden steeds meer nieuwe gebouwen voorzien van mechanische ventilatie. Hierbij voert een ventilator de binnenlucht continu naar buiten af. Via klepramen of roosters in de gevel komt verse lucht op natuurlijke wijze het gebouw binnen.
Nieuwe gebouwen zijn tegenwoordig ook vaak voorzien van gebalanceerde ventilatie. Daarbij wordt verse buitenlucht mechanisch toegevoerd en de binnenlucht mechanisch afgevoerd. De aanvoer en de afvoer zijn daarbij in evenwicht ('balans'). Met het oog op energiebesparing wordt bij gebalanceerde ventilatie gewoonlijk ook warmteterugwinning ('wtw') toegepast. Daarbij geeft de af te voeren lucht via een warmtewisselaar zijn warmte af aan de koelere binnenkomende buitenlucht. Die buitenlucht wordt daardoor voorverwarmd en dat levert energiebesparing op. Dit is een relatief nieuwe toepassing die aan zowel de professional als de gebruiker ook andere eisen stelt. Vraag in ieder geval een gebruiksaanwijzing en indien het mogelijk is ook een opleverrapport waaruit blijkt dat de balansventilatie-installatie voldoet aan de eisen op het gebied van geluid en luchtverversing. Het komt namelijk regelmatig voor dat deze installaties bij oplevering van een gebouw of woning te veel geluid maken en te weinig lucht verversen.

 

20. Is de afstelling van het ventilatiesysteem belangrijk?

Ja. Voor goed functioneren van een mechanisch ventilatiesysteem moeten de toe- en afvoeropeningen goed ontworpen, geïnstalleerd en afgesteld zijn. Bovendien moet het systeem gebruiksvriendelijk zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van ontwerper en installateur. Na de oplevering van het gebouw moet u dit ventilatiesysteem gebruiken en onderhouden zoals in de gebruiksaanwijzing staat. Dat is de verantwoordelijkheid van de bewoner of gebruiker van het gebouw.

21. Hoe moet je een ventilatiesysteem gebruiken?

VROM adviseert u om 24 uur per dag te ventileren. Schakel dus nooit uw ventilatiesysteem uit. VROM adviseert ook om het gebruik van de ventilatievoorzieningen af te stemmen op het aantal personen dat gebruik maakt van de ruimte en de intensiteit van het gebruik. Hebt u bijvoorbeeld een feestje of wordt er gerookt in huis, zet dan het ventilatiesysteem op de hoogste stand en zorg na afloop voor het in korte tijd afvoeren van de binnenlucht (spuien). Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld twee ramen tegenover elkaar open te zetten. Spuien komt niet in de plaats van ventileren.
Sluit in elk geval nooit de toevoeropeningen voor de buitenlucht af. Laat ventilatieroosters, klepraampjes e.d. in de gevel (kozijnen, muren) dus open. Want als u deze sluit, komt er onvoldoende verse lucht binnen, waardoor gezondheidsklachten kunnen ontstaan. Sluit hooguit de ventilatieroosters voor de helft, als het buiten erg koud is.
Bij een calamiteit (grote brand of de ontsnapping van giftige stoffen uit een fabriek) adviseert de overheid de bevolking ramen en deuren te sluiten. Volg dat advies op en sluit bovendien de ventilatieroosters. Zet daarnaast uw mechanisch ventilatiesysteem uit; haal als dat nodig is de stekker eruit. Dat is niet gevaarlijk, want er is voor die korte tijd voldoende zuurstof in huis aanwezig. Indien er een collectief ventilatiesysteem met een centrale aan-uitschakeling in bijvoorbeeld een appartementengebouw aanwezig is, raadpleeg dan de verhuurder of huismeester hoe het systeem is uit te zetten. Kunt u uw ventilatiesysteem niet uitzetten, zet het dan op de laagste stand.

 

22. Heeft een ventilatiesysteem onderhoud nodig?

Ja. Door de ventilatieroosters en ventilatiekanalen gaan grote hoeveelheden lucht. Stofdeeltjes uit de af te voeren binnenlucht kunnen zich vastzetten in de roosters en kanalen. Daardoor kan het systeem minder goed gaan werken, soms geluid maken (bijvoorbeeld fluiten) en stofdeeltjes afgeven die de luchtwegen kunnen irriteren. Maak de ventilatieroosters in de gevel (kozijnen, muren) en de filters in (balans)ventilatie-units minstens eenmaal per jaar schoon. Maak ook de afzuigventielen van de ventilatiekanalen in keuken, wc en badkamer minstens een keer per jaar schoon. Daarvoor moet u het binnenste ronde deel verwijderen. Om de goede werking van het systeem te behouden, moet u na het schoonmaken het ronde deel in de oude stand terugplaatsen.
In een nieuwe woning is vaak veel stof aanwezig. Daarom is het verstandig om bij een nieuwe woning in de eerste weken na oplevering de ventilatieroosters en afzuigventielen schoon te maken en dit vervolgens minstens eenmaal per jaar te herhalen.
In de handleiding van het ventilatiesysteem staat ook hoe u de roosters en afzuigventielen moet schoonmaken en, bij balansventilatie, filters moet vervangen. Voor dit onderhoud kunt u ook - net als bij de centrale verwarming - een service- en onderhoudscontract afsluiten bij bijvoorbeeld een installatiebedrijf. Aan zo'n bedrijf kunt u ook de schoonmaak van de ventilatiekanalen overlaten.

23. Hoe kun je de lucht verversen als het ventilatiesysteem uitvalt?

Bij ventilatiesystemen met enkel mechanische afvoer is dit in de meeste gebouwen geen probleem omdat het ventilatiesysteem (klep)ramen, ventilatieroosters en dergelijke gebruikt. Zet indien mogelijk wel een raam open. Bij het uitvallen van gebalanceerde ventilatie is het verversen van de binnenlucht lastiger door het ontbreken van toevoerroosters. In dat geval kunt u een raam of andere spuivoorziening (moet volgens de bouwvoorschriften in een woning aanwezig zijn) op een kier zetten. In beide gevallen is het een noodoplossing en komt niet in de plaats van het normale 24 uur per dag ventileren.

24. Hoe stimuleert de overheid dat het binnenmilieu in woningen verbetert?

De knelpunten in woningen zullen de komende jaren worden aangepakt. Dit gebeurt op verschillende manieren:

  • een betere naleving van de bouwregelgeving door bouwbedrijven en installateurs en een beter toezicht van gemeenten daarop;
  • het beter laten organiseren van kwaliteitsborging in de keten van ventilatievoorzieningen en het laten uitbrengen van een landelijk format voor een gebruiksinstructie, bestemd voor bewoners bij de oplevering van een installatie;
  • ervoor zorgen dat energiebesparende maatregelen niet ten koste gaan van het binnenmilieu;
  • het vastleggen in het Bouwbesluit van maximale geluidsniveaus van ventilatievoorzieningen;
  • het vastleggen in het Bouwbesluit van de verplichting dat in elke gebruiksruimte een raam open kan;
  • uitfaseren van open-verbrandingstoestellen zoals afvoerloze geisers;
  • het inzetten op aanpak door de Europese Unie van emissies naar het binnenmilieu van schadelijke stoffen uit bouw- en consumentenproducten;
  • het geven van voorlichting aan alle betrokken partijen over hoe gezorgd kan worden voor een gezond binnenmilieu in woningen.

25. Wat doet de overheid om het binnenmilieu op basisscholen te verbeteren?


In 2008 hebben de ministeries van OCW, VROM en VWS de kabinetsvisie binnenmilieu op basisscholen aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin zijn verschillende acties en maatregelen aangekondigd op het gebied van wet- en regelgeving, toezicht, bewustzijnsbevordering en kennisopbouw:

  • Zo loopt in de periode 2008-2013 (5 stookseizoenen) het bewustwordingsprogramma. In deze periode krijgt elke basisschool met natuurlijke ventilatie een bezoek van de GGD. Zij voeren metingen uit en geven een (ventilatie)advies op maat. De school krijgt een informatiepakket, een beknopt bouwtechnisch advies en een CO2-meter. Bij het advies wordt ook gekeken naar de samenhang met energiebesparingsmaatregelen. In het jaar 2008-2009 zijn 969 scholen bezocht en in 2009-2010 (peildatum 19 mei 2010) zijn 1250 scholen bezocht.
  • Voorts wordt in het Bouwbesluit 2003 een maximaal geluidsniveau van ventilatievoorzieningen vastgelegd. Binnen 15 jaar is in elk lokaal het achtergrondgeluid niet hoger dan 35 dB(A), niet door buitengeluid en niet door een ventilatiesysteem. Ook de verplichte aanwezigheid van een te openen raam in elk lokaal, wordt in het Bouwbesluit vastgelegd. Naar verwachting zal de nieuwe AMvB waarin de voorschriften uit het Bouwbesluit en het Gebruiksbesluit, evenals de sloopvoorschriften uit de gemeentelijke bouwverordening zijn geïntegreerd, medio 2011 in werking treden.
  • Samen met partijen uit het veld, verenigd in het Platform binnenmilieu scholen, wordt een activiteitenplan opgesteld. Dit plan is najaar 2010 gereed. Hierin staan ruim 50 acties die door partijen uit het veld worden opgepakt ter verbetering van het binnenmilieu. Vijftien activiteiten zijn als prioritair bestempeld waarbij samenwerking en het tegengaan van versnippering van informatie belangrijke thema’s zijn. Zodra het activiteitenplan is vastgesteld, zal het via de websites van de leden van het platform beschikbaar worden gesteld. De ministeries van OCW en VROM en de VNG en de PO-raad zitten in de begeleidingscommissie.
  • De VROM-inspectie heeft een programma gestart, gericht op de verbetering van toezicht en naleving, waarbij bij een aantal woningen en scholen erop wordt toegezien dat de nieuwbouw voldoet aan de wettelijke minimumeisen uit het Bouwbesluit 2003.
  • Het ministerie van VROM heeft bij het RIVM het kennis- en informatiepunt Milieu en Gezondheid (KIP M&G) ingericht om de expertise over binnenmilieu verder op te bouwen.

26. Is er extra geld beschikbaar gekomen voor het binnenmilieu in scholen?

In 2009 heeft het ministerie van OCW ca. € 165 miljoen subsidie beschikbaar gesteld voor de verbetering van het binnenmilieu op basisscholen en in het voortgezet onderwijs. Bij de subsidieaanvraag moet ook een Energie en Binnenmilieu Advies (EBA) ingediend worden, dat is uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige die gecertificeerd is voor het energieprestatieadvies (EPA) maatwerkadvies utiliteitsgebouwen. Meer informatie vindt u op de site van Agentschap NL http://www.senternovem.nl/frissescholen/energie_en_binnenmilieu_advies_voor_scholen_eba.asp

 

27. Wat vindt de Gezondheidsraad van het binnenmilieu op scholen?

De ministeries van OCW, VROM, VWS en SZW hebben de Gezondheidsraad in 2008 gevraagd te adviseren over de binnenluchtkwaliteit in basisscholen. In mei 2010 heeft de Gezondheidsraad het advies gepubliceerd. Hierin stelt de raad dat er geen wetenschappelijke aanleiding is om de huidige concentratiewaarde van CO2, 1200 ppm, naar beneden bij te stellen. CO2  wordt in de praktijk gebruikt als indicator voor luchtverversing. Tevens adviseert de Gezondheidsraad aanvullend onderzoek uit te voeren en beter ventileren vooral niet na te laten.

 

28. Wat vindt de Rijksbouwmeester van het binnenmilieu op scholen?

In 2009 heeft de Rijksbouwmeester een advies uitgebracht: “Gezond en goed: scholenbouw in topconditie”. De Rijksbouwmeester signaleert een aantal knelpunten en komt met concrete aanbevelingen op het gebied van aanpassing van de wet en regelgeving, herschikking van budgetten, actualiseren van programma’s van eisen en onderzoek en ondersteuning tijdens het bouwproces. De minister van WWI heeft mede namens de staatssecretaris van OCW de Tweede Kamer najaar 2009 geïnformeerd over de wijze waarop de aanbevelingen worden aangepakt. Een aantal aanbevelingen komt terug in het activiteitenplan dat opgesteld wordt onder begeleiding van OCW, VROM, PO-raad en VNG. Daarnaast voert het ministerie van OCW momenteel enkele onderzoeken uit naar de bekostiging van de aanpak.

 

29. Hoe staat het met het binnenmilieu in kindercentra?


Bij kindercentra is tot nu toe minder onderzoek gedaan dan op scholen. De verwachting was echter dat het binnenmilieu op kinderverblijven niet beter zou zijn dan op scholen. Vandaar dat de ministeries van OCW en VROM in 2008 een onderzoek zijn gestart. Het onderzoek is in 2009 afgerond en de resultaten laten zien dat ook het binnenmilieu op kinderdagverblijven aandacht nodig heeft en verbeterd kan worden.

30. Wat doet de overheid om het binnenmilieu in kindercentra te verbeteren?

In 2009 hebben de ministeries van VROM en OCW een onderzoek uit laten voeren naar het binnenmilieu in kinderdagverblijven. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zijn de ministeries van OCW en VROM samen met de betrokken partijen bezig met het opstellen van een verbeterplan. Dit zal in najaar 2010 gereed zijn. Met de brancheorganisatie wordt bezien op welke wijze voorlichting gegeven waarbij tevens aandacht is voor voorbeeldprojecten kinderopvang.

Foto