Duurzame ontwikkeling
Algemeen
- Wat is duurzame ontwikkeling?
- Wat betekent duurzame ontwikkeling in de praktijk?
- Wat was de VN-top in Rio?
- Wat was de Rio+5-conferentie?
- Wat was de VN-conferentie in Johannesburg?
- Wat is de Europese Duurzaamheidsstrategie?
- Wat is de peer review van de nationale duurzaamheidsstrategie?
- Wat is het kabinetsbeleid voor duurzame ontwikkeling?
Transities
- Wat zijn transities?
- Waarom burgers betrekken bij transities?
- Zijn transities iets nieuws?
- Wat is de achtergrond van het transitiebeleid?
- Wat zijn transitiearena's?
- Wat is de rol van VROM?
- Wat is de rol van maatschappelijke organisaties?
- Wat is de rol van burgers?
- Wat is de rol van het bedrijfsleven?
- Wat is de rol van kennisinstellingen?
- Wat is de rol van intermediaire organisaties?
- Wat is de rol van de rijksoverheid?
- Wat houdt de transitie duurzame energie in?
- Wat houdt de transitie duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen in?
- Wat houdt de transitie duurzame landbouw in?
- Wat houdt de transitie duurzame mobiliteit in?
1. Wat is duurzame ontwikkeling?
Duurzame ontwikkeling is 'een ontwikkeling die voorziet in de behoefte van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien'. Deze definitie komt uit het Brundtland-rapport. Dit is een rapport uit 1987 van een VN-commissie onder voorzitterschap van de Noorse Gro Harlem Brundtland. Het rapport diende als basis voor de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (Unced) in 1992 in Rio de Janeiro. De term duurzame ontwikkeling raakte na deze top wijd verbreid. Na 1992 zijn 2 grote VN-conferenties voor duurzame ontwikkeling georganiseerd in New York (Rio+5-conferentie,1997) en Johannesburg (2002).
VROM stelt duurzame ontwikkeling centraal in haar beleid. Het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) vormt de basis voor het Nederlandse milieubeleid. Het vermeldt: 'Het milieubeleid moet - hier en nu, maar ook elders en later - een bijdrage leveren aan een gezond en veilig leven, in een aantrekkelijke leefomgeving en te midden van een vitale natuur, zonder de aantasting van de wereldwijde biodiversiteit of de uitputting van natuurlijke hulpbronnen.' (zie dossier NMP4)
2. Wat betekent duurzame ontwikkeling in de praktijk?
Duurzame ontwikkeling is een breed begrip. Het betekent dat de mens geen roofbouw op het milieu pleegt. Dat armoede en honger worden aangepakt en bijvoorbeeld dat bewoners van ontwikkelingslanden toegang hebben tot schoon water. Maar duurzame ontwikkeling heeft ook dichter bij huis gevolgen. Het betekent ook een leefbare en veilige buurt, gezonde voeding en bijvoorbeeld de aanpak van geluidsoverlast, files en de overstap op een meer duurzame landbouw.
Bij duurzame ontwikkeling spelen economische, sociaal-culturele en ecologische aspecten een rol. Deze drie aspecten moeten in onderling verband worden bekeken. Zo moet economische groei niet ten koste gaan van mensen en het milieu. Om te beginnen moet voorkomen worden dat rijke landen hun ongewenste activiteiten doorschuiven naar armere landen.Maar ookdat de huidige generatie problemen doorschuift naar de toekomst.
3. Wat was de VN-top in Rio?
In 1992 kwamen in Rio de Janeiro (Brazilië) onder de vlag van de Verenigde Naties 160 regeringsleiders en organisaties bij elkaar om te praten over de toekomst van de wereld. De conferentie heette officieel de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (Unced).
Op deze historische top besloten regeringsleiders werk te maken van duurzame ontwikkeling. Om dit voor elkaar te krijgen is in Rio een Klimaatverdrag, een Bossenverdrag, een verdrag om het voortbestaan van planten en dieren te garanderen (Biodiversiteitsverdrag, die dossier Biodiversiteit) en het omvangrijke uitvoeringsplan, Agenda 21, opgesteld.
4. Wat was de Rio+5-conferentie?
In 1997 kwamen regeringsleiders in New York opnieuw bijeen. Deze bijeenkomst is bekend als de Rio+5-conferentie omdat zij plaatsvond 5 jaar na Rio. De vraag op deze conferentie was hoe het stond met het streven van de VN-lidstaten naar duurzame ontwikkeling. Wat was er allemaal gedaan om duurzame ontwikkeling dichterbij te brengen, en wat moest er nog gebeuren? In New York werden de aangesloten landen verzocht antwoord te geven op deze vragen via een zogenoemde nationale strategie duurzame ontwikkeling (NSDO). Nederland heeft dit gedaan met de nota's 'Verkenningen van het Rijksoverheidsbeleid' en 'Maatschappelijke verkenningen' uit 2002.
5. Wat was de VN-conferentie in Johannesburg?
In september 2002 - tien jaar na Rio - zijn dezelfde landen weer bij elkaar gekomen tijdens de Wereldtop over duurzame ontwikkeling (WSSD) in Johannesburg. Op deze top bleek dat er sinds Rio veel is gebeurd om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Maar ook dat veel van de gemaakt afspraken niét zijn nagekomen. Zo is de armoede alleen maar toegenomen. En is de achteruitgang van het milieu nog altijd niet gestopt. Bovendien lijkt de aandacht voor duurzame ontwikkeling wereldwijd weg te zakken. 'Johannesburg' was dan ook vooral bedoeld om de uitvoering van Agenda 21 en het bereiken van de armoede - en milieudoelstellingen een nieuwe impuls te geven.
Tijdens de top in Johannesburg is een groot aantal afspraken gemaakt. Deze staan in een plan van implementatie. Eén van de afspraken daarin is dat overheden een actieprogramma Duurzame ontwikkeling opstellen. Zo'n actieprogramma moet uit twee delen bestaan: een internationale strategie en een nationale strategie.
6. Wat is de Europese Duurzaamheidsstrategie?
Deze strategie bevat de doelstellingen en uitgangspunten van de Europese Unie voor duurzaamheid. Naast gezamenlijke EU-acties doet de strategie een dringend beroep op nationale acties. Lidstaten moeten in hun nationale strategie aangeven hoe zij de doelstellingen waarmaken voor klimaat, energie, transport, consumptie en productie, natuurlijke hulpbronnen, volksgezondheid, sociale insluiting, demografische ontwikkeling, migratie en armoede. De landen moeten regelmatig hun voortgang rapporteren aan de Europese Commissie. De Europese Unie heeft in 1997 heeft duurzame ontwikkeling in het Europees Verdrag opgenomen als gezamenlijke doelstelling. Vervolgens hebben de EU-landen in 2001 een eerste Europese Duurzaamheidsstrategie vastgesteld. Deze strategie is in 2006 ingrijpend herzien.
Download de strategie (pdf) vanaf website EU.
7. Wat is de peer review van de nationale duurzaamheidsstrategie?
De landen van de Europese Unie beoordelen elkaars nationale duurzaamheidsstrategieën regelmatig. Zo'n beoordeling heet een 'peer review'. Nederland heeft zich als eerste land aangeboden. Finland, Duitsland en Zuid-Afrika hebben in het voorjaar van 2007 de Nederlandse strategie beoordeeld aan de hand van een achtergronddocument over inhoud en proces van de strategie en gesprekken met betrokkenen. De landen bespraken hun conclusies en aanbevelingen onder meer met minister Cramer. Het eindoordeel van de peer review staat in in het eindrapport 'A new Sustainable Development Strategy: an opportunity not to be missed', dat is uitgebracht door de Raad voor ruimtelijk, natuur- en milieuonderzoek (RMNO).
Download achtergronddocument en eindrapport (pdf's) van de website van het RMNO
8. Wat is het kabinetsbeleid voor duurzame ontwikkeling?
Duurzame ontwikkeling is voor het kabinet een van de prioritaire thema's. Het wil niet-duurzame trends tegengaan door ondersteuning van koplopers, nationale en internationale samenwerking en sterke inzet op innovatie. Duurzame ontwikkeling vraagt een breed gedragen maatschappelijke verandering. Het kabinet werkt dit uit in een driesporenaanpak: beleidsresultaten, inzet van de eigen bedrijfsvoering van het Rijk om duurzaamheid te bevorderen, en de maatschappelijke dialoog aangaan.
In mei 2008 heeft het kabinet de aanpak in een brief (doc) aan de Tweede Kamer voorgelegd. In april 2009 is de Monitor Duurzaam Nederland (pdf, 1,1MB) verschenen. En in april 2009 heeft het kabinet een reactie (doc) op de monitor gegeven, een overzicht van de voortgang geschetst en de aanpak aangescherpt. Het programma heet nu Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling (KADO).
Transities
9. Wat zijn transities?
De regering wil dat Nederland binnen 30 jaar een duurzame samenleving is. Daarvoor zijn ingrijpende (inter)nationale maatschappelijke veranderingen (of transities) nodig. Transities zijn structurele maatschappelijke veranderingen die zeker 20 tot 25 jaar vergen. Een voorbeeld is de transitie naar duurzame mobiliteit. Auto's vervuilen het milieu. Het huidige beleid biedt niet veel mogelijkheden meer om dit probleem te bestrijden. Benzine is al redelijk schoon en auto's beschikken over katalysatoren. Dus moet worden nagedacht over nieuwe mogelijkheden zoals bijvoorbeeld auto's die op biodiesel of waterstof rijden.
10. Zijn transities iets nieuws?
Nee. De Nederlands samenleving heeft al vele transities doorgemaakt. Bijvoorbeeld de overgang van kolen naar aardgas. Of de overgang van een industriële economie naar een diensteneconomie. De overheid heeft echter nooit doelbewust en in samenspraak met bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties beleid voor transities ontwikkeld.
In het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (zie dossier NMP4) concludeert het kabinet dat hardnekkige milieuproblemen alleen door middel van transities zijn op te lossen. De overheid wil op grond van bijvoorbeeld gewenste toekomstscenario's op korte termijn technologische, economische en bestuurlijke veranderingen stimuleren en doorvoeren.
11. Wat is de achtergrond van de transities?
In 2001 verscheen het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4). Deze kabinetsnota schetst de uitgangspunten voor het milieubeleid. Volgens het NMP4 moet Nederland binnen 30 jaar zijn overgestapt naar een duurzame samenleving. Daarvoor zijn ingrijpende (inter)nationale maatschappelijke veranderingen en maatregelen nodig.
Het NMP4 (zie dossier NMP4) benoemt zeven hardnekkige milieuproblemen: verlies aan biodiversiteit, klimaatverandering, overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen, bedreiging van de gezondheid, bedreigingen van de externe veiligheid, aantasting van de leefomgeving en onbeheersbare risico's. Voor vier ervan zijn transities noodzakelijk:
- transitie naar duurzame energie;
- transitie naar duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen;
- transitie naar duurzame landbouw;
- transitie naar duurzame mobiliteit.
Transities zijn onderdeel van het rijksbeleid voor duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoefte van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.
12. Wat zijn transitieplatforms?
Transitieplatforms zijn netwerken van experts en belangenorganisaties. De overheid stimuleert, betaalt en ondersteunt initiatieven van de platforms. Er zijn zes transitieplatforms met vertegenwoordigers van overheid, bedrijven, maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstellingen:
- Nieuw gas, schoon fossier
- Duurzame mobiliteit
- Groene grondstoffen
- Ketenefficiency
- Duurzame electriciteit
- Gebouwde omgeving
13. Wat is de rol van de overheid?
Het ministerie van Economische Zaken (EZ) coördineert het transitiebeleid vanuit de interdepartementale projectdirectie Energietransitie (IPE). VROM ondersteunt EZ met kennis en levert medewerkers. Ook de ministeries van Verkeer en Waterstaat (VenW), Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Buitenlandse Zaken (BZ) werken mee in IPE.
De overheid stimuleert vernieuwingen door experimenten te steunen, zoals bijvoorbeeld Duurzaam Rijnmond. Duurzaam Rijnmond experimenteert met energiebesparing en schoon fossiel (minder vervuilende fossiele brandstoffen). De overheid bepaalt de voorwaarden voor projecten en helpt bijvoorbeeld met het verlenen van vergunningen. Ook past de overheid haar eigen beleid aan om transities mogelijk te maken.
14. Wat is de rol van maatschappelijke organisaties?
Maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol bij het uitwerken van de transities en het uitvoeren ervan. Zij kunnen bijvoorbeeld met vernieuwende ideeën en initiatieven komen en hun visie geven op het handelen van de overheid. Diverse maatschappelijke organisaties nemen initiatieven op het gebied van transities. Een goed voorbeeld is deMilieufederatie Flevoland die zich inspant om transities op de agenda te krijgen bij de discussies over de uitbreiding van Almere. De milieufederatie wil dat duurzaamheid bij stadsuitbreiding een grote rol speelt en heeft daarvoor de 'Duurzame toekomst Agenda Almere 2030' opgesteld. Hierin staan de 'duurzaamheidsambities' voor de stad. Deze ambities wil de milieufederatie bereiken via 6 transities op regionale schaal. Eén van de transities is 'Groene stad aan de Eem'. Deze transitie heeft als doel om ruimte te bieden aanechte natuur én groen met een sociale of gebruiksfunctie. De overgang van stad naar buitengebied moet hierbij zorgvuldig ontworpen worden en cultuurhistorie en archeologie moeten in de stad worden geïntegreerd. De opstellers van de agenda discussiëren met overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners van Almere over de duurzame plannen (meer informatie: website www.duurzaamalmere.nl).
15. Wat is de rol van burgers?
Ook burgers spelen een belangrijke rol bij transities. Burgers die activiteiten ontplooien die met transities te maken hebben, kunnen zich melden bij het programma Beleid met burgers van VROM.
Transities zijn alleen mogelijk met de steun en inzet van bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen, maar ook die van burgers. Beleid dat aangrijpt op wat de burger beweegt is realistischer, efficiënter en dus effectiever. VROM probeert burgers meer te betrekken bij het beleid en meer aan te sluiten bij wat hen beweegt, onder andere door het stimuleringsprogramma Beleid met burgers (zie dossier Beleid met burgers).
16. Wat is de rol van het bedrijfsleven?
Ondernemers zetten nieuwe ideeën om in goed verkopende producten. Dat wordt innovatie genoemd. Voor transities zijn duurzame innovaties nodig, bijvoorbeeld de ontwikkeling van eenenergievoorziening die niet nadelig uitpakt voor het klimaat (klimaatneutraal) en het verminderen van het gebruik van materiaal door hergebruik. Landbouw en voedselvoorziening kunnen alleen door innovatie duurzaam worden. Bedrijven kunnen innoveren en transities op gang brengen.
17. Wat is de rol van kennisinstellingen?
Scholen, universiteiten en onderzoeksinstellingen kunnen nieuwe technieken onderzoeken doorwetenschappelijke disciplines te combineren met informatie van bedrijven, consumenten en maatschappelijke organisaties. Dit transdisciplinaire onderzoek kan leiden tot innovaties. De onderzoeken vertellen bovendien veel over hoe maatschappelijke veranderingen plaatsvinden. Kennisinstellingen en intermediaire organisaties zorgen voor dit soort informatie.
Kennisinstellingen werken samen aan 37 projecten om het onderzoek en kennis over onder andere duurzame systeeminnoavtie en nanotechnologie te vergroten. Zij krijgen hiervorr subsidie voor investeringen in kennisinfrastructuur (Bsik).
Meer informatie over deze projecten: website SenterNovem (uitvoeringsorganisatie van de overheid).
18. Wat is de rol van intermediaire organisaties?
Intermediaire organisaties zijneen schakel tussen kennisinstellingen, overheid, bedrijfsleven, burgers en maatschappelijke organisaties. Ze kunnen bijvoorbeeld initiatieven van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties verenigen. Het competentiecentrum Transities (CCT) is zo'n intermediaire organisatie. Het is een samenwerking tussen VROM, SenterNovem, TNO en het kennisnetwerk Systeeminnovaties. Het CCT zorgt ervoor dat deze organisaties ervaringen en wetenschappelijke kennis over transities uitwisselen.
19. Wat houdt de transitie duurzame energie in?
De transitie naar een duurzame energiehuishouding moet over tientallen jaren leiden tot een energiehuishouding die betrouwbaar en doelmatig is én een oplossing biedt voor het klimaatprobleem. Het ministerie van Economische Zaken is verantwoordelijk voor deze transitie die wordt uitgevoerd door bedrijven, onderzoekers, consumenten- en maatschappelijke organisaties. Met de energietransitie wil Nederland een 'innovatieve motor' voor duurzame energie worden.
20. Wat houdt de transitie duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen in?
Deze transitie moet het behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen verbeteren. Biodiversiteit (of soortenrijkdom) is van groot belang voor de voedselvoorziening, vruchtbaarheid van de bodem en bijvoorbeeld het klimaat.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken (Ontwikkelingssamenwerking) heeft het initiatief om deze transitie te realiseren, met als speerpunten: 'ecologische netwerken', 'bossen', 'vis- en agrarische ecosystemen' en 'agrobiodiversiteit'.
21. Wat houdt de transitie duurzame landbouw in?
In de landbouw zijn veel veranderingen aan de gang. Het streven is om de komende dertig jaar tot een duurzame, internationaal concurrerende landbouw te komen. Een duurzame landbouw produceert schoon, levert een bijdrage aan de mondiale voedselvoorziening, produceert veilig voedsel, neemt eisen in acht voor dierenwelzijn, draagt bij aan het in stand houden van natuur en biodiversiteit en bevordert het behoud van karakteristieke landschappen en een vitaal platteland. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) is verantwoordelijk voor de transitie 'Duurzame landbouw'.
22. Wat houdt de transitie duurzame mobiliteit in?
Deze transitie wil een maatschappelijke verandering tot stand brengen die leidt tot duurzame mobiliteit. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W) heeft het initiatief om deze transitie te realiseren. Onder duurzaamheid verstaat VenW minimale uitstoot (bijna-nul-emissies) van schadelijke gassen en geluid, bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, veiligheid, uitstekende leefomgeving en bijvoorbeeld zekerheid van energievoorziening.
Het platform Duurzame mobiliteit heeft twee groepen die zich bezighouden met de toekomst van voertuigen en brandstoffen. Hierin zitten vertegenwoordigers van het bedrijfsleven (autoindustrie en chemie), overheid (ministeries van VenW, VROM en EZ) en maatschappelijke organisaties (ANWB en stichting Natuur en Milieu).

