Geluidsoverlast
Geluidsbeleid
Geluidsbeleid is een taak van de gezamenlijke overheden. Het rijk stelt de algemene kaders, andere overheden zoals gemeenten passen deze in concrete situaties toe.
Op deze pagina:
Nederlands geluidsbeleid
Wet geluidshinder
Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (wetten.nl) het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. Infomil biedt een uitgebreide uitleg van de Wet geluidshinder en ontwikkelingen rond regelgeving.
De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen voor geluidhinder. Ter bescherming van woningen zijn in dit stelsel voor verschillende geluidsbronnen grenswaarden opgenomen. Daarbij gelden een:
- Ondergrens (de voorkeursgrenswaarde)
- Bovengrens (de maximaal toelaatbare geluidsbelasting)
Ligt de geluidsbelasting op een woning boven de ondergrens, dan moet hiervoor een hogere waarde worden vastgesteld. Ligt de geluidsbron binnen de gemeente, dan nemen burgemeester en wethouders het besluit hierover. Ligt de bron buiten de gemeente, bijvoorbeeld een provinciale weg, dan nemen Gedeputeerde Staten van de provincie een besluit.
Zij moeten een besluit over een hogere waarde (dus boven de ondergrens) goed onderbouwen. Er moet aan bepaalde criteria voldaan worden. En ze moeten onderzoeken wat ze kunnen doen om de geluidbelasting te vermidneren. Want een hogere waarde mag de uiteindelijke maximale bovengrens niet overschrijden.
In de uitzonderlijke gevallen waarin dit toch nodig is, zal de gemeente een zogenaamd 'stap-3 besluit' moeten nemen op basis van de Interimwet Stad en milieu. Een stap-3-procedure voor geluid is een procedure die het mogelijk zal gaan maken om, in uitzonderingsgevallen, een hogere geluidsbelasting toe te staan dan de huidige wet toelaat. De geluidsbelasting kan dan hoger zijn dan de maximaal toelaatbare waarde.
Dit is een zware procedure die aan strenge voorwaarden moet voldoen. Het is aan allerlei randvoorwaarden gebonden en een dergelijk besluit zal goed gemotiveerd moeten worden. Ook zal toestemming nodig zijn van een hogere bestuurslaag. Voor een gemeente kan daarbij aan de provincie gedacht worden.
Zie ook:
- Informatieblad 'Wijziging Wet geluidhinder'
- Infosheets 'Wijziging Wet geluidhinder'
- Handreiking Zonebeheerplan
Rijks- en spoorwegen
- Wegverkeer
De geluidsdoelstelling voor wegverkeerslawaai is dat bij woningen nergens een hogere geluidsbelasting heerst dan 70 dB(A). Bovendien moet meer dan 90 procent van de locaties waar de gevelbelasting van de woningen boven de 65 dB(A) uitkomt worden aangepakt en 50 procent van de locaties waar de gevelbelasting boven de 60 dB(A) ligt. Voor spoorweglawaai geldt een soortgelijke aanpak.
Deze doelstellingen zijn opgenomen in hoofdstuk 11 van het vierde Nationaal Milieubeleidsplan. In de notitie 'Vaste waarden, nieuwe vormen' staat dat het moment waarop deze doelstellingen bereikt kunnen worden, afhangt van hoeveel geld beschikbaar is voor maatregelen. Het aanpakken van geluidhinder bij de bron ('bronbeleid') is daarbij van cruciaal belang.
Op http://www.stillerverkeer.nl staan de reken- en meetvoorschriften voor wegverkeerslawaai.
- Spoorwegen
Langs elke spoorweg bevindt zich een geluidszone. De geluidszone is in feite een (geluids)onderzoeksgebied aan weerskanten van de spoorweg. Als een bestemmingsplan moet worden vastgesteld of herzien en dat plan heeft betrekking op gronden binnen de geluidszone, dan moeten de waarden van het Besluit geluidhinder spoorwegen (wetten.nl) in acht worden genomen. Daaraan vooraf gaat een akoestisch onderzoek. Bij dat onderzoek wordt ook de doeltreffendheid van eventuele geluidsmaatregelen meegenomen. Bij aanleg of wijziging van de spoorweg wordt het onderzoek uitgevoerd door de spoorwegexploitant/beheerder (ProRail).
Het Innovatieprogramma Geluid (innovatieprogrammageluid.nl) richt zich op de invoering van een nieuwe set maatregelen om verkeerslawaai bij rijkswegen en spoorwegen te verminderen bij de bron. Naast het testen van nieuwe maatregelen aan voertuigen, weg en rails is het versnellen van het implementeren van de innovaties een tweede belangrijke stap van het IPG. Invoering van de nieuwe maatregelen moet leiden tot een duidelijke geluidsvermindering en een halvering van de bestaande kosten van geluidsmaatregelen.
Het programma bestaat uit een uitgebalanceerde set van projecten. Hierbij komen niet alleen nieuwe technische maatregelen in beeld die deels al 'op de plank liggen', maar ook de noodzakelijke aanpassingen van regelgeving en manieren van werken. Als voorbeeld van projecten waarin de maatregelen gereed gemaakt worden voor grootschalige implementatie zijn:
- Stille wegdekken
- Verbeterde remsystemen van treinen: pilot stille goederentrein
- Raildempers
Het Innovatieprogramma Geluid wordt uitgevoerd door het ministerie van Verkeer en Waterstaat met ondersteuning van het ministerie van VROM.
Wegverbreding
De Spoedwet wegverbreding (wetten.nl) is erop gericht de komende jaren sneller extra wegcapaciteit bij belangrijkste knelpunten op hoofdwegen te creëren, met name in de spits. De wet zorgt voor een vereenvoudiging en versnelling van de procedures voor een betere benutting en verbreding van wegen. De Spoedwet voorziet onder andere in de aanleg van spitsstroken, waarbij de vluchtstrook in de spits wordt ingezet als extra rijstrook.
Voor een deel van de Spoedwetprojecten wordt afgeweken van de Wet Geluidhinder. Voor deze projecten zal bij de wegverbreding zelf mogelijk aanpassing van de snelheid plaatsvinden en wordt stil asfalt overwogen. Binnen twee jaar na het wegaanpassingsbesluit wordt er een geluidsplan opgesteld dat overeenkomt met het alsnog toepassen van de Wet geluidhinder.
Maximale geluidsbelasting gevels woningen
In het Activiteitenbesluit staan de maximaal toegestane geluidsniveaus op de gevels van woningen. Ook zijn de maximale geluidspieken opgenomen voor activiteiten zoals het laden en lossen. Bij de gevels mag niet meer lawaai te horen zijn dan het besluit toestaat.
De gemiddelde representative geluidniveaus zijn:
- 50 dB(A) overdag
- 45 dB(A) ’s avonds (19.00-23.00 hr)
- 40 dB(A) ‘nachts (23.00 – 07.00 hr)
De maximale geluidsniveau's zijn:
- avond (19.00 - 23.00 uur): 65 dB(A)
- nacht (23.00 - 07.00 uur: 60 dB(A)
Lees meer over het Activiteitenbesluit op de website van Infomil.
Europa
Naast de Nederlandse geluidswetgeving worden namelijk ook op Europees niveau richtlijnen en normen op het gebied van geluid vastgesteld. Nederland is verplicht deze richtlijnen in de eigen wetgeving op te nemen.
De Europese regels voor geluidshinder (europa.eu) stellen in grote lijnen dat niemand mag worden blootgesteld aan geluidsniveaus die de gezondheid en kwaliteit van zijn bestaan in gevaar brengen.
Omgevingslawaai
De richtlijn omgevingslawaai geeft aan dat, ter bestrijding van de schadelijke gevolgen, de volgende instrumenten moeten worden toegepast:
- Vaststellen van de blootstelling aan omgevingslawaai door middel van geluidsbelastingkaarten;
- Vaststellen van actieplannen op basis van de resultaten van de geluidsbelastingkaarten;
- Voorlichting aan het publiek over omgevingslawaai en de aanpak daarvan.
- introductie van de Europees geharmoniseerde dosismaat Lden.
De EU-richtlijn zal in twee stappen (tranches) in Nederland worden geïmplementeerd. Dit is in onderstaand schema aangegeven:
| 1e tranche | 2e tranche |
| geluidsbelastingkaarten in 2007, actieplannen in 2008 |
geluidsbelastingkaarten in 2012, actieplannen in 2013 |
|
|
De eerste tranche is inmiddels afgerond voor wat de kartering betreft. De actieplannen komen gaandeweg beschikbaar. Op http://noise.eionet.europa.eu/ staan de geluidsbelastingen van Nederland en de meeste andere EU-lidstaten.
De voorbereidingen voor de tweede tranche zijn al gestart met de aanwijzing van de agglomeraties. Van belang is dat de Europese Commissie voornemens is een gemeenschappelijke rekenmethode (CNOSSOS) te introduceren. naar het zich laat aanzien hoeft die nog niet voor de tweede tranche (verplicht) gebruikt te worden.
De invoering van een Europees systeem van geluidsbelastingkaarten vereist de invoering van geharmoniseerde geluidsbelastingindicatoren. Voor het bepalen van de hinder is dit de Lden en voor slaapverstoring de Lnight:
- Lden
Staat voor 'Level day-evening-night', dag- en avondgeluid. Het is de nieuwe dosismaat voor geluid. Lden is het jaargemiddelde van de dag-, avond- en nachtwaarde, waarbij gebruik wordt gemaakt van een 'energetische' middeling. Dit betekent dat de duur van elke periode ook wordt meegewogen. Eerst wordt per periode het gemiddelde geluidsniveau over een heel jaar bepaald. Een bepaald geluidsniveau in de avond en de nacht wordt door het verminderen van geluiden uit de omgeving als hinderlijker ervaren dan het geluid van overdag. Daarom wordt het niveau dat voor de avond wordt bepaald verhoogd met een 'straffactor' van 5 dB en het nachtniveau met een factor van 10 dB.
De EU-richtlijn Omgevingslawaai stelt het gebruik van deze dosismaat verplicht voor het maken geluidsbelastingkaarten voor de hoofdinfrastructuur en voor agglomeraties.
Voor de bepaling van Lden wordt het etmaal in 3 periodes verdeeld:- dagperiode 07.00-19.00 uur
- avondperiode 19.00-23.00 uur
- nachtperiode 23.00-07.00 uur
- Lnight
Dit is de EU-dosismaat voor nachtelijk lawaai. Net als bij de Lden wordt deze over een heel jaar bepaald. De nacht loopt van 23 tot 07 uur. De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) heeft in 2009 adviezen (who.int) uitgebracht over de gezondheidsnormen voor nachtelijk geluid.
In de Nederlandse wet is de Lnight ingevoerd voor vliegtuigen en voor windturbines.
De websites van Agentschap NL en Infomil bieden een uitgebreide uitleg van de Europese regels voor omgevingslawaai.

